In het late voorjaar van 1648 vernam Constantijn Huygens dat de Franse operazangeres Anne de La Barre (1628-1688) spoedig van Parijs naar Stockholm zou reizen. Ondanks haar jonge leeftijd was Anne de La Barres reputatie al zo groot dat koningin Christina van Zweden haar aan haar hof had uitgenodigd. Huygens achtte de kans groot dat de zangeres op doorreis naar Zweden in de buurt van Den Haag zou zijn, de perfecte aanleiding om haar in de hofstad uit te nodigen en haar te horen zingen.
Anne de La Barre
Anne de La Barre kwam uit een familie van musici: haar overgrootvader Pierre (I) stond al in 1567 te boek als organist. Haar vader, Pierre (III) was organist en klavecinist aan het hof van Lodewijk XIII, en ook haar broers zouden succesvolle musici en componisten worden. Omstreeks 1646-1647 oogstte de jonge Anne zelf roem met haar uitvoeringen van de muziek van Luigi Rossi. Die laatste was door kardinaal Mazarin, de Franse eerste minister, in Parijs uitgenodigd om het operaleven op gang te trekken. In Frankrijk ontstond er echter steeds meer protest tegen het beleid van Mazarin, en dat protest zou in 1648 in een opstand uitmonden. Stockholm oogde dus een stuk aantrekkelijker dan het woelige Parijs.[1]
Huygens greep zijn kans en schreef Anne de La Barre voor het eerst op 21 juli 1648 (nadat hij eerder al contact had gehad met haar vader, maar die brieven zijn verloren gegaan). Hij nodigde haar uit om bij hem thuis te logeren:
[ik zou] u willen uitnodigen om enkele weken in mijn huis te verblijven, dat wellicht niet het meest oncomfortabele huis in Den Haag is. Daar vindt u in elk geval luiten, theorbes, violen, spinetten, klavecimbels en orgels om u te vermaken, bijna evenveel als Zweden u kan bieden. En … u zult mij daar vinden, zo niet als een bekwame beoordelaar van uw grote talent, dan toch zeker als een gepassioneerde bewonderaar van wat u creëert …
Constantijn Huygens had ondertussen ook zijn zopas verschenen muziekbundel Pathodia sacra et profana aan Annes vader laten bezorgen.[2] In haar antwoord op Huygens’ brief van 21 juli liet Anne de La Barre hem weten dat ze er alvast een selectie uit had gezongen voor de componist Michel Lambert. Maar er was ook minder goed nieuws: de reis naar Stockholm werd uitgesteld. Pierre de La Barre hoopte niettemin dat er misschien mogelijkheden waren voor zijn kinderen om in dienst te treden aan het stadhouderlijke hof – de politieke situatie in Parijs was allesbehalve stabiel. Maar die mogelijkheden waren er helaas niet.
Afscheid
In de daaropvolgende jaren, en nadat de rust was teruggekeerd in Frankijk, groeide Annes reputatie als zangeres verder en trad ze regelmatig op aan het hof en in de hofkapel. In 1652 hernieuwde Christina van Zweden, die het muziekleven aan haar hof wilde uitbouwen, haar uitnodiging aan Anne. En dit keer ging de reis door.
In Parijs treurden muziekliefhebbers om Annes vertrek. ‘Mademoiselle de La Barre, / wiens stem zo zuiver en zo zeldzaam / in zachtheid overtrof de keel / van een nachtegaal op een rozenstruik / vertrekt naar Zweden’, schreef Jean Loret.[3] Waarschijnlijk was het bij haar vertrek dat ook Tristan l’Hermite een gedicht schreef dat hij aan haar opdroeg.
| I. Allez où le sort vous conduit; Il faut partir, adorable Amarante; Bien loin, comme une étoile errante, Vous brillerez au milieu de la nuit; Pour moi, je veux jusqu’au trépas Avoir l’honneur d’accompagner vos pas, Et de chanter en tous lieux vos louanges, Lorsque d’une voix, Comme celle des anges, Vous ferez des lois. (eerste strofe, uit: Recueil des plus beaux vers, Parijs, 1661, p.16-17) | Ga waar het lot u leidt; U moet vertrekken, lieve Amaranthe; Ver weg, als een dwalende ster, Zult u stralen in het midden van de nacht; Voor mezelf wens ik tot aan mijn dood De eer te hebben om uw stappen te volgen, En overal uw lof te zingen Wanneer u, met een stem Als die van engelen, wetten zult stellen. |
Denkbaar was het Annes broer, de klavierspeler en componist Joseph de La Barre, die de tekst op muziek zou zetten met het dansante ritme van een courante. De oorspronkelijke compositie ging verloren, maar wellicht gebruikte Joseph de La Barre de relatief eenvoudige vorm van de Franse air sérieux, met een zanglijn en met bas bedoeld voor begeleiding door bijvoorbeeld een luit (of een theorbe of een klavecimbel).[4] Anne en Joseph brachten die muziek vermoedelijk mee naar de Lage Landen waar de melodie van de zanglijn snel erg populair werd. De Nederlandse Liederenbank vermeldt ruim 200 liederen (contrafacten), gepubliceerd tussen 1654 en het einde van de 18de eeuw, die gebruik maken van de melodie van Allez où le sort vous conduit, vaak aangeduid als Courante La Bare [sic]. De zanglijn, zonder bas, werd overgeleverd in het geestelijke liedboek Den singende swaen (Antwerpen, 1664). [5]
Antwerpen en Den Haag
Einde september of begin oktober 1652 ving Anne, begeleid door haar broer en haar moeder, de reis naar Zweden aan. Op 21 oktober kon Béatrix de Cusance vanuit Antwerpen aan Huygens schrijven: ‘We hebben hier juffrouw La Barre, die goddelijk zingt. Ze zal hier deze winter zijn; ik hoop vurig dat u haar zult horen’.[6] Eerder dat jaar hadden Huygens en Béatrix de Cusance, die voor langere tijd in Antwerpen verbleef, er elkaar bij de familie Duarte ontmoet. Wellicht was het ook bij de Duartes dat Anne de La Barre nu optrad. Samen met Gaspar Duarte en zijn kinderen – zangeres Leonora, klaveciniste Francisca en de anderen – konden Anne en haar broer een uitgebreid muziekensemble vormen. Het was de ideale gelegenheid om repertoire uit te wisselen en door te nemen: de composities van Huygens en van de Duartes zelf, de klaviermuziek en airs van de familie De La Barre, en werk van tijdgenoten, vooral uit Parijs. Huygens stond te popelen om Anne de La Barre te horen en wellicht reisde hij in november naar Antwerpen.[7] In januari 1653 vertrok Anne de La Barre, ‘la divine Amaranthe’ (de goddelijke Amaranthe, een verwijzing naar de gelijknamige herderin), zoals Béatrix de Cusance en Constantijn Huygens haar omschreven, dan eindelijk naar Den Haag.
Ook in Den Haag snelde Annes reputatie haar vooruit en trad ze meteen na haar aankomst op voor Elizabeth Stuart (de verbannen koningin van Bohemen en de zus van Karel I van Engeland), Maria Henriëtta Stuart (de weduwe van stadhouder Willem II van Oranje) en Amalia van Solms (de weduwe van stadhouder Frederik Hendrik van Oranje). Huygens probeerde Anne de La Barre al dichtend te overtuigen langer te blijven: ‘Nog maar net ben je in onze streken verschenen, en je zoekt al de weg naar de bergen … Begrijp je niet hoe Christina zich vergist, door jou haar vorstelijke koude, sneeuw en ijs aan te bieden? … Blijf, prachtige vogel’ (origineel in het Frans; bijlage bij een brief van Huygens aan Pierre Chanut). Maar Annes verblijf zou slechts van korte duur zijn: haar nieuwe werkgeefster wachtte op haar. De schilder David Beck passeerde overigens ook in Den Haag, en toonde Huygens (en Anne de La Barre) het portret dat hij van Christina had gemaakt.
Een verloren portret herontdekt
Van koningin Christina van Zweden zijn talloze portretten bewaard. Maar hoe zag la divine Amaranthe er eigenlijk uit? Vreemd genoeg was er tot nog toe geen enkel portret bekend waarop Anne de La Barre met enige zekerheid is afgebeeld.
In 2023 werd bij een Belgisch veilinghuis een damesportret door Adriaen Hanneman aangeboden, afkomstig uit privébezit. De familie Devaux-Plovie verwierf het schilderij, waarna Sofie Plovie aan een onderzoek begon in de hoop de identiteit van de geportretteerde jonge vrouw te achterhalen.[8]
Adriaen Hanneman werd omstreeks 1604 in Den Haag geboren. Zijn opleiding kreeg hij in zijn geboortestad bij Anthonie en Jan Antonisz. van Ravesteyn. Van 1626 tot 1638 was hij in Londen waar hij mogelijk achtereenvolgens in de ateliers van Daniël Mijtens en Anthony van Dyck aan de slag ging. Vanaf 1638 was hij terug in Den Haag waar hij tot zijn dood in 1671 bleef. Hanneman maakte naam als portretschilder en werkte in de modieuze en flatterende stijl van Anthony van Dyck. Het leverde hem opdrachten op van de Haagse high-society. Beroemd is het portret van Constantijn Huygens en zijn kinderen. En er zijn portretten van leden van de stadhouderlijke familie en de Engelse koninklijke familie, en van raadspensionairs Johan de Witt.
Het zou dan ook in Den Haag zijn dat Hanneman in 1657 – dat jaartal staat op het schilderij vermeld – de anonieme vrouw portretteerde. De muziekpartituur die de vrouw in haar rechterhand houdt, bleek de sleutel te zijn tot haar identiteit. Hoewel de tekst op de partituur gedeeltelijk was vervaagd en daardoor slecht leesbaar was, kon Plovie essentiële passages identificeren: ‘Allez où le sort vous conduit’ en de daaropvolgende regels van Tristan l’Hermites gedicht aan Anne de La Barre, en in de marge ‘Courante La Barre [Joseph?]’. Ook op de basis van de zuil waarop de vrouw leunt kon Plovie voorzichtig de woorden ‘Madame de La Barre’ ontcijferen. Met erg grote waarschijnlijkheid is de geportretteerde dus Anne de la Barre die daarmee voor het eerst een gezicht krijgt. Daarnaast vormt de afgebeelde partituur, hoe beschadigd ook, een belangrijke aanvulling op ons begrip van de in de Nederlanden zo populaire ‘Courante La Bare’: naast de melodielijn (die in grote lijnen overeenkomt met de melodie die in Den singende swaen is gepubliceerd) bevat de geschilderde partituur immers ook een tot nog toe onbekende begeleiding.
Het jaartal 1657 blijft niettemin mysterieus. In juni 1654 deed koningin Christina van Zweden troonsafstand en begon ze aan een lange reisweg naar Rome. In augustus bereikte ze Antwerpen waar ze Gaspar Duartes dochters hoorde zingen (brief 5366 van David le Leu de Wilhem aan Constantijn Huygens). Anne de la Barre keerde ondertussen, via Kopenhagen en Kassel, in december 1655 terug naar Parijs en het Franse hof waar ze de daaropvolgende jaren zou blijven. Tijd voor een reis naar Den Haag lijkt er in 1657 niet te zijn geweest. Annes enige bekende verblijf in Den Haag dateert van begin 1653.
In welke omstandigheden Adriaen Hanneman het vermoedelijke portret van Anne de La Barre schilderde, is dus niet duidelijk. En ook voor wie hij dat deed weten we niet. Hanneman lijkt toch vooral een Hollands (Haags) publiek te hebben bediend. Wilde Constantijn Huygens een aandenken aan la divine Amaranthe? Was het bestemd voor een van de andere Haagse bewonderaars van Anne de La Barre, of, via Huygens, voor Béatrix de Cusance of de familie Duarte? Constantijn Huygens’ brieven bieden in ieder geval geen verdere aanwijzingen. Niettemin bleef hij de familie De La Barre met veel interesse volgen. De laatste overgeleverde brief van Huygens aan de familie, gericht aan Annes broer Joseph, dateert van februari 1654 . Maar zijn zoon Christiaan had contact met de familie tijdens zijn Parijse verblijven in 1655 en vanaf 1661. En toen Constantijn Huygens zelf in 1661 in Parijs was, schreef hij enkele gedichten op een portret dat de schilders Henri en Charles Beaubrun van Anne de La Barre hadden gemaakt en hem hadden geschonken.[9]
De laatste vermelding van de familie De La Barre in een brief dateert uit december 1680, wanneer Christiaan Huygens zijn vader laten weten dat hij in Parijs vruchteloos op zoek is gegaan naar muziek van Pierre de La Barre, een broer van Anne. Anne de La Barre was op dat ogenblik al 13 jaar gehuwd en gaf geen optredens meer. Ze overleed in 1688.
Het portret dat Adriaen Hanneman van, naar alle waarschijnlijkheid, van Anne de La Barre maakte, heeft nog niet al zijn geheimen prijsgegeven. Dit blogbericht is dan ook meteen een oproep tot meer onderzoek.
Timothy De Paepe, in samenwerking met en met dank aan Sofie Plovie, 18 november 2024
[1] Voor meer biografische gegevens over Anne de La Barre, zie Lisandro Abadie, ‘Anne de La Barre (1628-1688): Biographie d’une chanteuse de cour’, Revue de Musicologie 98 (2008) 1, 5-44.
[2] Ook aan Christina van Zweden had hij een exemplaar gestuurd. Zie onder meer brief 5036.
[3] ‘Mademoizelle de La Barre, / Dont la voix si nette e si rare / Passoit en douceur le gozier / D’un Rossignol sur un rozier. / S’en va porter dans la Suéde’.
[4] Wellicht is slechts een klein deel van Joseph de La Barres oeuvre overgeleverd. In 1669 verscheen de bundel Airs à deux parties, en in diverse verzamelbundels zijn ook Franse en Italiaanse airs van hem terug te vinden. Het zogenaamde Bauyn handschrift bevat een handvol klavecimbelwerken die aan hem worden toegeschreven. Andere toeschrijvingen zijn eerder twijfelachtig.
[5] Op het muziekalbum Top of the Pops: Dutch Golden Age Edition brengt Margot Kalse, begeleid door luitspeler Earl Christy, een uitvoering van Allez où le sort vous conduit gebaseerd op de versie zoals overgeleverd in Den singende swaen.
[6] ‘Nous avons ycy Madamoiselle la Bare qui chante divinemant. Elle cerat ycy l’iver; je soytte fort que vous l’oyez.’
[7] Ineke Huysman en Rudolf Rasch, Béatrix en Constantijn. De briefwisseling tussen Béatrix de Cusance en Constantijn Huygens 1652-1662, 2009, 86.
[8] Sofie Plovie, Unveiling Anne de La Barre: A Lost Portrait and Musical Score Rediscovered (ongepubliceerde onderzoeksnota), 2024.
[9] Het portret dat Henri en Charles Beaubrun vervaardigden is schijnbaar verloren gegaan. ‘In de documenten over Huygens’ kunstbezit wordt Anna de la Barre niet expliciet genoemd als geportretteerde, maar in de catalogus van Susanna Doublet Huygens (1725) komen veel niet nader gespecificeerde Franse en Engelse adellijke vrouwen voor’ (Inge Broekman, Constantijn Huygens, de kunst en het hof, 103).

