Site icoon Brieven Constantijn Huygens Online

Ruzie over Orange: hoe Amalia van Solms Constantijn Huygens op zijn nummer zette

Constantijn Huygens had het in oktober 1662 helemaal verbruid bij Amalia van Solms, de weduwe van stadhouder Frederik Hendrik van Oranje-Nassau. Al bijna een jaar was hij in Frankrijk, waar hij namens haar onderhandelde over de teruggave van het prinsdom Orange in de Provence. Dat was in 1660 door Lodewijk XIV bezet en die wilde zijn troepen niet terugtrekken. De onderhandelingen verliepen stroef en Huygens begon zijn geduld te verliezen. Orange was voor de Oranje-Nassaus een belangrijk bezit en de enige reden waarom zij zich prinsen en prinsessen konden noemen. Het was dan ook in het allergrootste belang van de Oranje-Nassau dynastie dat Amalia haar kleinzoon Willem III die titel weer zou kunnen laten dragen.

Huygens had Amalia laten doorschemeren dat Orange al veel eerder teruggegeven had kunnen worden als zij beter naar zijn voorstellen had geluisterd. Dat viel verkeerd bij haar. Op 12 oktober 1662 schreef ze hem dat ze bijzonder verbaasd was dat hij haar de schuld wilde geven van het uitblijven van resultaten: ‘vous voulez mettre la faute sur moy de ce qu’il y a bien des mois que nous ne sommes maistres d’Orange’, of te wel: ‘U wilt mij de schuld geven van het feit dat wij al maanden geen meester zijn over Orange.’

Laatste pagina van de brief van Amalia van Solms aan Constantijn Huygens, 12 oktober 1662, Koninklijke Verzamelingen, Archief Constantijn Huygens, G1-4

Vervolgens legde ze hem haar bezwaren nog eens uit. Om tot overeenstemming te komen, wilde Lodewijk XIV dat Orange een katholieke gouverneur zou krijgen, en bovendien wilde de Franse koning zelf bepalen wie daarvoor in aanmerking kwam. Dat was onacceptabel. Volgens Amalia had Huygens onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen. Ze verweet hem dat hij haar bezwaren had genegeerd en zich gedroeg alsof hij ‘plus esclairé et informé des sentimens des defuncts Princes en ce poinct, que nous tous qui sommes ici’ was, oftewel dat hij beter op de hoogte was van de opvattingen van de overleden prinsen van Oranje dan wij allen hier.

En daar liet Amalia het niet bij. Huygens had haar al enkele maanden eerder voorgesteld het bestuur in Orange te herstellen, ook al was de kwestie van de katholieke gouverneur nog niet opgelost. Zij zag daar niets in zolang de Franse koning zijn troepen niet wilde terugtrekken. Ze had haar besluiten bovendien steeds zorgvuldig overlegd met degenen die bij de voogdij van haar kleinzoon Willem III betrokken waren. Dat Huygens haar nu de schuld gaf van het uitblijven van de teruggave van Orange vond ze dan ook zeer misplaatst.

Wie heeft het voor het zeggen?

Uit Amalia’s brief blijkt dat Huygens het zich wel kon permitteren haar te bekritiseren. Maar zij liet hem weten dat al zijn diplomatieke ervaring nog niet betekende dat hij haar kon voorschrijven wat ze moest doen. Hij mocht dan degene zijn die met de Franse ministers onderhandelde, de uiteindelijke beslissingen werden door haar genomen.

Eind 1664 kwam er eindelijk een compromis. Amalia ging akkoord met de aanstelling van een katholieke commandant in Orange, maar ze wilde voorkomen dat Lodewijk XIV daarmee het recht kreeg zich voortaan met zulke benoemingen te bemoeien. Ze schreef Huygens dat ze de Franse koning slechts een toezegging wilde doen, ‘en donnant parole sous main, et sans escrit ou traicté’, oftewel onderhands haar woord geven, zonder schriftelijke overeenkomst of verdrag. Dat lukte. In maart 1665 trokken de Franse troepen zich terug uit Orange. Twee maanden later trad de katholieke Étienne de Milet er als commandant aan.

Constantijn Huygens (in het midden gezeten) ontvangt de eed van trouw van de inwoners van Orange, Johannes Visscher naar Pieter Post, ca. 1665, Atlas Van Stolk, Rotterdam.

In Orange werd Huygens als een held ontvangen. De vreugde onder de bevolking was groot. Op 21 april 1665 werd vuurwerk afgestoken waarin de woorden ‘Vive Nassau, Vive Amalie’ oplichtten.1 Huygens keek vanuit zijn raam toe. Op 7 mei vond in het oude Romeinse theater in Orange een plechtigheid plaats waarbij hij als vertegenwoordiger van Amalia en de jonge Willem III de eed van trouw van de inwoners in ontvangst nam. Die avond ontstak hij zelf een vreugdevuur.2 Daarmee kwam na bijna vier jaar een succesvol einde aan Huygens langste diplomatieke missie.


Verder lezen: Dries Raeymaekers, ‘Huygens en het prinsdom Orange’, in Ineke Huysman en Ad Leerintveld (red.), Constantijn Huygens. Een leven in brieven (Soest: Catullus, 2022), pp. 241-247.

  1. Jacques Pineton de Chambrun, Relation de ce qui s’est passé au restablissement d’Orange: ensemble les discours et harangues qui ont esté faictes pour le mesme subject (Orange: Édouard Raban, 1666), pp. 100-101. ↩︎
  2. Chambrun, Relation, pp. 145-152; ↩︎

Mobiele versie afsluiten