Op blaren lopen in Engeland

In 1618 vertrekt de tweeëntwintigjarige Constantijn Huygens voor het eerst naar Engeland. Hij blijft er voor een periode van ‘drie zoete maanden’ (alhoewel hij er volgens zijn brieven van juni tot en met oktober is), onder begeleiding van Sir Dudley Carleton (1573-1632). Het is tijdens dit bezoek dat hij vloeiend Engels leert spreken, en hij geeft ons de tip om bij het leren van een taal een basis aan te leggen met behulp van boeken, waarop je kunt bouwen in het land van de taal.[1]

Constantijn beschrijft in zijn autobiografie Mijn leven verteld aan mijn kinderen (1678) dat hij tijdens dit bezoek ook een uitstapje heeft gemaakt naar Oxford en de Bodleian Library aldaar. Volgens zijn briefwisseling vond dit eind juli plaats. Ook doet hij verslag van zijn volgende uitstapje dat hem in september naar Cambridge leidt onder begeleiding van Sir William Heydon (1579-?). In geuren en kleuren beschrijft hij zijn bezoek, maar hij wijdt minstens evenveel woorden aan Heydon zelf. De beste man was namelijk tijdens een gevecht zijn linkerhand kwijtgeraakt, waardoor hij zich met een ijzeren exemplaar moest behelpen. Constantijn schrijft echter: ‘het gemis wist hij zo goed te maskeren dat als hij het niet zelf eerlijk onthuld had, ik altijd zou hebben gedacht dat hij nog beide handen had. Hij […] had die door oefenen en uit oefening verkregen gewenning zo leren bewegen dat de functie van de verloren linkerhand precies werd nagedaan.’[2] Dit moet een grote indruk op hem hebben gemaakt, zeker als hij het zestig jaar later nog zo enthousiast beschrijft.

James VI en I ca. 1620, door Paul van Somer I, Royal Collections, Wikimedia Commons.

Over zijn eerste verblijf in Engeland schrijft Constantijn verder nog dat hij koning Jacobus I (James VI in Schotland en James I in Engeland; 1566-1625) heeft mogen ontmoeten, wat volgens zijn briefwisseling op 10 juli plaatsvond. Hij schrijft in een brief dat hij op 17 september zelfs luit heeft mogen spelen voor de koning. Ook noteert Constantijn met welk een enorme gastvrijheid hij overal is ontvangen.[3] Het is duidelijk dat hij positieve herinneringen heeft overgehouden aan de reis. Uit de brieven aan zijn ouders blijkt echter dat het hem niet alleen maar meezat. Zo overlijdt tot zijn grote verdriet zijn zusje Catharina (1601-1618) en ook laat zijn gezondheid het erg afweten. Op 1 juli 1618 schrijft hij zijn ouders nog: ‘Gelukkig ben ik gezond; ziek zijn zou hier ook dubbel onaangenaam en kostbaar zijn, omdat ik even ver van Londen af woon als Den Haag van Delft ligt.’[4]

Een paar dagen later al is daar grote verandering in gekomen. Op 8 juli schrijft hij namelijk aan zijn ouders dat hij zich al enige tijd niet goed voelt: ‘Ik heb een erge zweer aan mijn hiel, daar kwam koorts bij en ik sliep slecht. Maar nu heb ik het ding met eene naald doorgestoken en voel mij oneindig veel beter.[5] Barend Haeseker verklaart in Vileine hippocraten dat Constantijn die blaren heeft opgelopen door zijn lange wandeltochten tussen Londen en zijn logeeradres bij Noël de Caron (Nederlands diplomaat in Londen; ca. 1550-1624).[6]

Constantijn Huygens aan zijn ouders, 14 juli 1618, Koninklijke Bibliotheek KA 49, p. 51-54.

Een ruwe en lompe man

De zweer die Constantijn zelf heeft doorgestoken met een naald, blijft pijn doen. In een brief aan zijn broer Maurits van 14 juli schrijft hij dat hij geen laars aan zijn voet meer kan verdragen. Ook schrijft hij er dan uitgebreider over aan zijn ouders. Hij blijft er, ondanks het doorprikken, veel last van houden door ‘de grote weerstand van de huid van de hiel (die daar dikker en harder is dan overal anders) tegen de warmte van de zweer, die mij van binnen geweldig veel pijn bezorgde.’[7] Dit klinkt alsof de wond is gaan ontsteken, en Constantijn heeft er inderdaad maar een dokter bij geroepen. Zijn houding tegenover de chirurgijn is op zijn minst dubbel te noemen. Zo beschrijft hij de man als ‘un homme rude et grossier’, maar geeft hij ook toe dat de chirurgijn zeer ervaren en populair is. Iets verderop in de brief heeft Constantijn het zelfs over ‘tomber entre les mains de cette vilaine race Hippocratique’.

De voetoperatie, door Pieter Jansz. Quast, ca. 1630, Rijksmuseum.

Een chirurgijn is geen dokter zoals we die nu kennen. Universitair opgeleide artsen hielden zich vooral bezig met interne geneeskunde, terwijl chirurgijns zich richtten op operaties en andere ingrepen. Het vak van chirurgijn kwam dan ook voort uit dat van de barbiers, en zij gebruikten hun scherpe messen voor zowel het knippen van haar als het afzetten van ledematen. Misschien is dit de reden dat Constantijn zijn redder in nood met wat argwaan bekijkt.

Een hoge rekening

Constantijn heeft dus een enigszins negatieve houding tegenover de chirurgijn, die hem uiteindelijk toch heeft geholpen. Hij begint zijn brief van 14 juli met de woorden ‘Sinds mijn laatste brief […] is mijn gezondheid, Gode zij dank, voortdurend vooruit gegaan, wat mij vreugde en tevredenheid verschaft’.[8] Zijn eerdere afkeurende woorden lijken dan ook meer te maken te hebben met zijn wrok over de hoge rekening. Niet alleen moest hij de helft van het bedrag vooruit betalen, wat de gewoonte was in Engeland, ook vond hij het bedrag (2 pond sterling of 40 shilling sterling) erg hoog. Maar, zo was het nu eenmaal ‘in een land waar het geld je uit de hand vliegt’.[9]

Constantijn vond het leven in Engeland sowieso erg duur. Zo schrijft hij in zijn eerste brief vanuit Londen al naar zijn ouders ‘dat men met 6 stuivers in Holland verder komt dan met 10 stuivers in Engeland.’[10] En later, na zijn reisje naar Oxford, klaagt hij dat ‘ma maladie’ en het reisje hem veel hebben gekost. Gelukkig kan Constantijn het in perspectief plaatsen, ‘gezien hoeveel mijn gezondheid mij waard is in dit vreemde land’.[11] Het is jammer dat niet alles met geld te koop is. Constantijn blijft nog tenminste tot eind augustus last houden van zijn zweren.

Roosje Peeters, 21 mei 2022

In het gelijknamige boek Constantijn Huygens. Een leven in brieven zijn portretten en brieven van Constantijn en zijn familieleden te zien.


[1] Constantijn Huygens, Mijn leven verteld aan mijn kinderen, F.R.E. Blom ed., 2 delen (Amsterdam 2003) 87.

[2] Ibidem, 91.

[3] Ibidem, 93-95.

[4] Nederlands citaat geparafraseerd door J.A. Worp.

[5] Nederlands citaat geparafraseerd door J.A. Worp.

[6] B. Haeseker, Constantijn Huygens ‘Vileine hippocraten’ (Rotterdam 2010) 49.

[7] Vertaling door Rudolf Rasch.

[8] Vertaling door Rudolf Rasch.

[9] Vertaling door Rudolf Rasch.

[10] Vertaling door Rudolf Rasch.

[11] Vertaling door Rudolf Rasch.

Een ‘Constantijn Huygensjaar’

In 2022 staan we erbij stil dat een mijlpaal in het onderzoek naar leven en werk van Constantijn Huygens is bereikt: de voltooiing van de online database met zijn uitvoerige correspondentie. Tevens is het exact vierhonderd jaar geleden dat Constantijn door de Schots-Engelse koning Jacobus I tot ridder werd geslagen. Dit vormde de aanzet tot een lange diplomatieke carrière die hem naar vele Europese hoven zou voeren.

Wapen en motto van Constantijn Huygens van zijn Engelse ridderorde in het album amicorum van Cornelis de Glarges, KB | nationale bibliotheek, 75J 48, 80.

Om dit luister bij te zetten, organiseren de Voorburgse musea Huygens’ Hofwijck en Huygens’ Swaensteyn samen een expositie in samenwerking met Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis/NL-Lab, met onder meer projecten van de Gerrit Rietveld Academie en De Jonge Akademie in de vorm van een tentoonstelling getiteld Constantijn Huygens. Geuren en Beelden. Deze loopt t/m 4 juli 2022.

Het rijk geïllustreerde boek Constantijn Huygens. Een leven in brieven met een bloemlezing van brieven uit Constantijns leven is in de boekhandel en bij Huygens’ Hofwijck verkrijgbaar.

Italiaanse les

‘Eindelijk heb ik de moed genomen om u deze paar regels te sturen, de eerste die ik ooit in het Italiaans heb geschreven’: aldus de 18-jarige Constantijn Huygens in zijn (tot nu toe onbekende) eerste Italiaanse brief, gericht aan zijn leraar Giovanni Francesco Biondi.

Sir Giovanni Francesco Biondi (1572–1644), Wikimedia Commons.

Giovanni Francesco Biondi (Lessina [nu Hvar, Kroatië] 1572-1644), een protestantse Italiaan, was in 1609 gezant voor Savoye bij de koning van Engeland geworden en bleef daarna in Londen wonen. Hij verwierf tevens bekendheid als schrijver van historische en literaire werken. En Biondi maakte muziek. In 1618, toen Constantijn zijn eerste reis naar Londen maakte, bezocht hij daar het collegium musicum ten huize van Biondi. Constantijn schreef daarover aan zijn ouders [vertaling en transcriptie door Rudolf Rasch]:

Bij de heer Biondi is er een collegium musicum, allemaal Italianen, deugdzame en vriendelijke mensen. Daar gaan we tweemaal per week heen. Anderen hebben mij beloofd mij het ensemble van de koningin [Anna van Denemarken] te laten horen, allemaal Fransen, met bewonderenswaardige stemmen. [U begrijpt] dat ik me hier als een vis in het water voel.

Maar eerder had Constantijn dus al in Den Haag Italiaanse les gevolgd bij Biondi, die in het gezantschap van zijn beschermheer sir Henry Wotton (1603-1639) van 1614 -1615 in de Republiek der Verenigde Nederlandsen verbleef. Huygens noteerde in zijn dagboek dat hij met zijn Italiaanse lessen in februari 1615 begonnen was, eerst bij Biondi en daarna bij Willem van Lyere (1588-1649), heer van Oosterwijk en vanaf 1627 ambassadeur in Venetië. In zijn brief van 26 februari 1615 aan Biondi demonstreert Constantijn in mooi schoonschrift zijn kunnen: [vertaling en transcriptie door Ingeborg van Vugt]:

Ik vertrouw volledig, mijn zeer illustere heer, op de beloften die u een tijdje geleden heeft gedaan, met het vriendelijke aanbod om de Italiaanse taal te onderwijzen, en ik ben er zeker van dat, zo gul als u het heeft aangeboden, zo oprecht heeft u uw genegenheid getoond. Eindelijk heb ik de moed genomen om u deze paar regels te sturen, de eerste die ik ooit in het Italiaans heb geschreven. Voor die tijd heb ik geoefend in het lezen van enkele goede schrijvers. Er is dus geen twijfel over mogelijk dat mijn eerste experiment niet zonder verscheidene fouten is verlopen. Ik verzoek u een helpende hand te bieden op deze rommelige tekst en me deze terug te sturen in de manier waarop het had moeten zijn om waardig te zijn aan uw geleerd oor. Aan uw goede wil beveel ik mij nederig.
Op 26 februari 1615
Van uw meest toegewijde dienaar,
Constantijn Huygens

In het Italiaans zou Huygens niet veel corresponderen. In totaal zijn er 96 brieven in die taal bewaard gebleven, 22 van zijn hand en 74 aan hem gericht.

Ineke Huysman, 5 december 2021