Constantijn Huygens, Gaspar Duarte en Henri Dumont

Op 12 november 1653 overleed Gaspar Duarte (I) in zijn woning aan de Meir in Antwerpen. De van oorsprong Portugees-joodse Duarte werd enkele dagen later begraven in zijn Antwerpse parochiekerk, de Sint-Jacobskerk, begeleid door drie koren en acht speellieden, op de tonen van een indrukwekkend requiem van Philippus van Steelant (1611-1670). In Den Haag treurde Constantijn Huygens in woord én muziek om zijn overleden vriend.

Huygens’ overgeleverde brieven zijn de getuigen van de jarenlange banden en vriendschap tussen de Haagse diplomaat enerzijds en de Antwerpse juwelenhandelaar anderzijds. In 1624, in een brief van Huygens’ moeder Susanna aan Constantijn, dook de naam Duarte (‘De Wartte’) voor het eerst op in Huygens’ correspondentie. Veertien jaar later viel Duartes naam opnieuw, dan in een brief van Giuliano Calandrini. Die laatste schreef gloedvol over de muzikale kwaliteiten van de Antwerpse familie. Vanaf 1641 waren Gaspar Duarte en vervolgens ook diens kinderen steeds vaker correspondenten van Huygens. Er werd initieel vooral over zaken gesproken, maar de brieven hadden meteen een persoonlijk en erg hartelijk karakter. Wat Constantijn Huygens bovenal verbond met de familie Duarte was een gedeelde passie voor muziek. Tot aan Huygens’ dood zou muziek centraal staan in de correspondentie tussen hemzelf en de Antwerpse familie. (Over Huygens en de muziek zie Rudolf Rasch (red.), Driehonderd brieven over muziek van, aan en rond Constantijn Huygens (2007) en Ineke Huysman & Ad Leerintveld (red.), Constantijn Huygens: een leven in brieven (2022).)

Toen Huygens in 1648 een nieuw klavecimbel wilde kopen, was het Gaspar Duarte die hem hielp. Antwerpen had immers de reputatie verworven de hoofdstad van de klavecimbelbouw te zijn, en Duarte kende de belangrijkste bouwers persoonlijk. Hij bemiddelde dan ook graag bij Huygens’ bestelling bij de befaamde klavecimbelbouwer Joannes Couchet (1615-1655).

Lucas Vorsterman (I), Portret van Gaspar Duarte (1584-1653). Deze gravure werd na het overlijden van Duarte gemaakt als herinnering en eerbetoon. In 1657 schreef Huygens een gedicht bij het portret, ‘In effigiem C. Duarti’. (Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Antwerpen).

Net als Huygens en zijn kinderen waren ook Gaspar Duarte en diens kinderen zeer getalenteerde musici. Regelmatig gaf het gezin huisconcerten die werden bijgewoond door internationale gasten. Constantijn zou meermaals in het stadspaleis van de Duartes verblijven. Én hij maakte er kennis met Béatrix de Cusance, die een zeer goede vriendin van Huygens zou worden. Ook Béatrix de Cusance koesterde een grote liefde voor de muziek.

Bij het overlijden van Gaspar Duarte rouwde Huygens. ‘[Un Orage] vient de tomber sur ce beau Mont Parnasse à Anvers’, noteerde hij in een van zijn brieven. In een grafdicht vergeleek Huygens Duarte met Amphion, een van de grote musici uit de Griekse mythologie. Het bleef echter niet bij woorden: Huygens zou ook muziek componeren ter nagedachtenis van zijn overleden vriend, de ‘tombeaux et funérailles de Monsieur Duarte’ (brief 5338), zowel voor luit als klavecimbel. Hij riep ook anderen op om muziek te schrijven, zoals de Franse componist Joseph Chabanceau de La Barre (1633-1678) (brief 5333).

In het voorjaar van 1655 stuurt Huygens ‘de stukken die opgedragen waren aan de nagedachtenis van de heer Duarte’ op naar Duartes kinderen (brief 5399, vertaling Rudolf Rasch). Hij voegde daar een klaaglijke pavane bij van de Franse componist Henri Dumont (ca.1610-1684). Huygens’ zoon Christiaan had Dumont eerder datzelfde jaar in Parijs ontmoet, en in de daaropvolgende 20 jaren zouden Constantijn Huygens en Dumont elkaar met enige regelmaat schrijven, al zijn Dumonts brieven helaas verloren gegaan.

Huygens liet achteraf aan Dumont weten dat de familie Duarte diens pavane erg goed had ontvangen. Ongetwijfeld heeft Gaspars dochter Francisca, die bekend stond om haar kwaliteiten als klaveciniste, het werk onmiddellijk op de lessenaar genomen van een van de vele klavecimbels en virginalen die de familie in huis had.

‘Pavanne de Monsr. Dumont’, Bauyn-handschrift (Bibliothèque Nationale, Rés. Vm7 674-675).

Musicoloog Rudolf Rasch stelt dat de pavane die Huygens aan de Duartes zond ‘zeer waarschijnlijk de pavane [is] die te vinden is in het zogenaamde “Handschrift Bauyn”’. Ter gelegenheid van het verschijnen van Constantijn Huygens: een leven in brieven lieten we bij Museum Vleeshuis Dumonts pavane opnemen door klavecinist Korneel Bernolet. Bernolet is docent aan het Koninklijk Conservatorium en geeft zeer regelmatig les in het museum op een van de historische Antwerpse klavecimbels. Voor de opname koos hij echter geen Antwerps klavecimbel, maar (een kopie van) een 17de-eeuws Italiaans instrument, met een heel eigen klankkleur.

Van 26 maart tot en met 26 juni 2022 loopt in het Snijders&Rockoxhuis en Museum Vleeshuis de tentoonstelling Klavier: virginalen, klavecimbels en orgels verbeeld in de 16de en de 17de eeuw. De tentoonstelling werd geïnspireerd door de familie Duarte en hun activiteiten als musici en kunstverzamelaars. Meer info op www.museumvleeshuis.be en www.snijdersrockoxhuis.be.

Timothy De Paepe, 20 maart 2022

Museum Vleeshuis, Antwerpen

Timothy De Paepe schreef in de bundel Constantijn Huygens: een leven in brieven een bijdrage over een brief van Joannes Couchet aan Constantijn Huygens over het klavecimbel dat hij speciaal voor hem had gebouwd. In Huygens’ Hofwijck bevindt zich een replica van een zeventiende-eeuws Rückers klavecimbel, gebouwd door Titus Crijnen, als bruikleen ter beschikking gesteld door Masato Suzuki.

Een klavecimbel van Constantijn Huygens

Antwerpen stond in 2018 in het teken van de Barok. In dit verband richtte Timothy de Paepe in zijn Museum Vleeshuis|Klank van de Stad en in het Snijders&Rockoxhuis exposities in rond de Antwerpse familie Duarte. 

De Paepe was ook de drijvende kracht achter een zeer fraai en bijzonder informatief boek: Antwerpen Klavecimbelstad. Met deze publicatie brengen conservator De Paepe en tal van andere deskundigen de grote reputatie van de Antwerpse klavecimbelbouwers uit de zestiende en zeventiende eeuw onder de aandacht van een groot publiek. Een bijdrage door De Paepe over de bouw van klavecimbels en virginalen, de familie Ruckers/Couchet, de collectie in Museum Het

Vleeshuis opent de bundel. Daarna volgen bijdragen over de gouden eeuw van Antwerpen (Guido Marnef), klavecimbels en de Zuid-Nederlandse schilderkunst (Hannelore Magnus), dekselbeschilderingen en hun conservatie (Katharine Waldron & Zoe Mercer-Golden), het nabouwen van historische instrumenten (Stijn Dekoninck) en de sensatie om op een authentiek instrument te spelen door Korneel Bernolet. Een beschrijving van de instrumenten uit de collectie van Het Vleeshuis besluit de bundel. Niet alleen door de genoemde bijdragen is dit boek zeer de moeite waard, de fascinerende foto’s door Bart Huysmans en Michel Wuyts van de instrumenten en vooral de details ervan als toetsen, dokken snaren, klankbodems, rozetten en dekselbeschilderingen maken deze publicatie zeer begerenswaardig.

Constantijn Huygens

Constantijn Huygens was bevriend met de familie Duarte. Bij Johannes Couchet (1615-1655) die in bovengenoemde publicatie ruim aan bod komt, bestelde Huygens via Gaspar Duarte (1584-1653) in 1648 een klavecimbel.  Het werd in de zomer van 1648 afgeleverd bij Huygens. De begeleidende brief van Couchet is bewaard gebleven en maakt deel uit van de handschriftencollectie van de Leidse Universiteitsbibliotheek. Recentelijk is een scan van deze brief toegevoegd aan Huygens Briefwisseling Online.

Ook de brieven van Duarte aan Huygens rond de aanschaf van dit klavecimbel worden in de UB Leiden bewaard. Ook zij zijn te raadplegen via Huygens Briefwisseling Online:  

http://resources.huygens.knaw.nl/briefwisselingconstantijnhuygens/brief/nr/4772 http://resources.huygens.knaw.nl/briefwisselingconstantijnhuygens/brief/nr/4812 http://resources.huygens.knaw.nl/briefwisselingconstantijnhuygens/brief/nr/4843 http://resources.huygens.knaw.nl/briefwisselingconstantijnhuygens/brief/nr/4849

Uit deze brieven[1] valt op te maken wat voor een instrument Huygens in de zomer van 1648 in huis kreeg. In zijn brief van 5 maart 1648 beveelt Duarte Couchet aan bij Huygens. Couchet heeft zestien jaar bij zijn oom Joannes Ruckers gewerkt, maar is veel leergieriger en durft te experimenteren. Vervolgens bespreek Duarte een groot klavecimbel van acht voet (ca. 2,2 meter). Hij legt voorts uit dat de koortoon (de toon waarop gezongen wordt, doorgaans één toon hoger dan waarop instrumenten gestemd zijn) met drie registers gespeeld kan worden, drie verschillende snaren. Ook is de aanslag van een dergelijk instrument net zo licht als bij een klein klavecimbel doordat de snaren dun en lang zijn. Dergelijke instrumenten kosten 300 gulden.

In zijn brief van 3 mei 1648 komt Duarte nog terug op de toonhoogte. Huygens’ wens om het instrument twee tonen lager gestemd te krijgen dan dat van zijn vriendin Utricia Ogle is onmogelijk. De gebruikelijke stemming in de koortoon kan wel. Het instrument staat dan een toon lager gestemd dan dat van mevrouw Ogle. Duarte heeft zelf vier of vijf instrumenten in die stemming. Op 19 juli 1648 laat Duarte weten dat het instrument bijna klaar is. Hij gaat ervanuit dat Huygens het deksel, de klankbodem en het gedeelte boven het klavier blank gelaten wil hebben om het naar zijn eigen smaak te kunnen laten beschilderen. De rand van het gehele stuk en de dokkenlijst worden verguld.

De 30ste juli laat Duarte weten dat het klavecimbel klaar is ‘seer soet ende liefelyck van harmonie’. Het ‘wort van alle liefhebbers seer gepresen’. ‘Monsieur Couchet heeft syn uytterste debvoir daerinne gedaen, principalyck het clauwier seer soet voor twee groote snaeren’. Duarte zegt Huygens dat Couchet er 2 Vlaamse ponden meer voor vraagt dan hij met hem had afgesproken. In plaats van 28 kost het Huygens 30 Vlaamse ponden (= 180 guldens, nu ca. € 1850). 

Niet lang hierna moet Couchet zijn ongedateerde brief aan Huygens hebben geschreven.

Couchet is trots op zijn instrument, het eerste dat hij van dit type heeft gemaakt. Zelfs als Huygens er ‘100 patacons’ (dat is omgerekend 240 gulden, € 2470) voor zou geven, zou hij nog niet teveel betalen. Couchet wijst hem er nog op dat Huygens’ vriend Pieter Pater  die het instrument zal stemmen dat op de juiste toon moet doen. Huygens heeft daarvoor een fluitje dat bedoeld is om G te stemmen. Voorts hoort hij graag of het instrument bevalt en beveelt hij zich aan om voor een andere liefhebber nog zo’n instrument te maken.

Lees verder “Een klavecimbel van Constantijn Huygens”