Terugblik congres Constantijn Huygens. Een leven in brieven

Op vrijdag 2 december 2022 vond in de Aula van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag een congres plaats ter gelegenheid van de voltooiing van het project Huygens’ Briefwisseling Online (resources.huygens.knaw.nl/briefwisselingconstantijnhuygens), georganiseerd door Huygens Instituut, NL-Lab, KB | nationale bibliotheek van Nederland en Vrienden van de KB.

Thema’s waren: muziek, kunst, architectuur, politiek, wetenschap, parfum, nieuwe brieven en ontdekkingen. Met mooie verhalen over deze onderwerpen uit de briefwisseling van Constantijn Huygens, verteld door gerenommeerde sprekers, kwamen hij en zijn tijdgenoten met behulp van beeld, geluid én geur tot leven op het congres ‘Constantijn Huygens. Een leven in brieven’.

Van deze dag zijn een fotoreportage en video-opnames (een speciaal kanaal op Youtube) gemaakt: een compilatie en van iedere afzonderlijke lezing ook een volledige weergave (hieronder per lezing aan te klikken).

Programma

10.00-10.15 uur: Inleiding: Jeroen Vandommele en Lieke van Deinsen (dagvoorzitter)

10.15-11.15 uur: Huygens digitaal

  • Ineke Huysman en Ad Leerintveld, ‘Terug naar de bronnen’. Ineke Huysman presenteert het project Huygens’ Briefwisseling Online. Ze geeft een overzicht van de opzet, de inhoud en de mogelijkheden die het project biedt aan onderzoekers. Ad Leerintveld toont enkele voorbeelden van de winst van het project: meer informatie doordat de brieven volledig worden gepresenteerd en door de toevoeging van nieuw ontdekte brieven.
  • Dirk van Miert, ‘Constantijn Huygens’ briefwisseling in Nederlandse collecties: een digitaal netwerkperspectief’. Wat kunnen we eigenlijk zeggen over de omvang en de reikwijdte van Constantijn Huygens’ correspondentie in relatie tot andere briefschrijvers uit zijn netwerk? We gaan op zoek naar het antwoord via de big data die we hebben verzameld over de netwerken van zijn tijdgenoten uit de Nederlandse Republiek.
  • Miranda Lewis, ‘Over the North Sea: Constantijn Huygens’s English contacts in Early Modern Letters Online’. The catalogue of Constantijn Huygens’s correspondence in Early Modern Letters Online provides the foundation for a cluster of ‘starter catalogues’ that will expand the ‘circles’ of his correspondents. 

11.45-12.45 uur: Nieuw onderzoek rondom Huygens

  • Jean-Marc van Tol, ‘De rollen omgedraaid? De relatie tussen Constantijn Huygens en Johan de Witt’. Constantijn Huygens en Johan de Witt waren in veel opzichten elkaars tegenpolen. Onlangs doken twee brieven van Huygens aan de raadpensionaris op die inzicht geven in de manier waarop zij zich tot elkaar verhielden.
  • Geeske Bisschop, ‘Dat hi in d’crijch moet leeven en sterven’. Militaire patronage in de correspondentie van Constantijn Huygens’. Constantijn Huygens ontving als secretaris van de stadhouder honderden brieven met militaire verzoeken. Deze brieven geven inzicht in hoe de informele kant van militaire patronage werkte en welke strategieën militairen gebruikten om voorspraak te verkrijgen.
  • Willemijn van Noord, ‘Prinses Mary, Constantijn Huygens en het Chinese lakscherm’. Twee jaar voor zijn dood schreef Huygens een brief aan Prinses Mary II Stuart (1662-1694), waarin hij beweerde een belangrijke boodschap van het Chinese volk voor haar te hebben. Recent onderzoek werpt nieuw licht op Huygens’ listige poging om Mary’s Chinese lakscherm te onderzoeken en te behouden.​

13.45-14.45 uur: Huygens en wetenschap

  • Erik-Jan Bos, ‘Wetenschap in de schaduw van wapens: Huygens als beschermheer van René Descartes’. Uit de briefwisseling die Huygens voerde met Descartes, en over Descartes, blijkt een grote en voortdurende belangstelling van de eerste secretaris van de Stadhouder voor de Franse wijsgeer en wetenschapper. Deze lezing belicht op welke manieren Huygens Descartes stimuleerde en beschermde, en hoe de filosoof hem wederdiensten bewees.
  • Dirk van Delft, ‘Hoe Constantijn Huygens Antoni van Leeuwenhoek vooruit hielp’. Antoni van Leeuwenhoeks microscopische waarnemingen hadden de warme belangstelling van Constantijn Huygens. Deze liefhebber van natuuronderzoek deed een goed woordje voor de ‘ongeletterde persoon’ uit Delft bij de Royal Society.
  • Ineke Huysman, ‘Constantijn Huygens: amateur-parfumeur’. Dat de veelzijdige Constantijn Huygens zich ook bezighield met parfumerie is vrijwel onbekend. Toch heeft hij meer dan 150 recepten nagelaten, die hij uitwisselde met zijn correspondenten. Een van die recepten, getiteld ‘Rieckend water voor mijn moeder’, is gereconstrueerd en opnieuw te ruiken.

15.15-16.15 uur: Huygens en cultuur

  • Frans Blom, `Bouwen aan een beter Den Haag. Huygens’ architectuur in steen en op papier’. De voordracht belicht de rol van Constantijn Huygens in de ontwikkeling van de Haagse en Nederlandse architectuur. We kijken naar zijn bouwprojecten in en rond Den Haag, en naar het gesprek over de nieuwe architectuur in gedichten en brieven.
  • Timothy De Paepe, ‘Een vriend bij vreugde, een medicijn bij verdriet’. Huygens muzikale correspondentie met de familie Duarte’. Constantijn Huygens onderhield decennialang een hartelijke correspondentie met de Antwerpse juweliersfamilie Duarte. Muziek speelde daarin een centrale rol. De overgeleverde brieven vormen samen een uniek venster op het rijke (muziek)leven van beide families, hun vriendennetwerk en de rol die muziek daarin speelde.

Sprekers

Geeske Bisschop MA werkte als medewerker digitalisering mee aan het project Huygens’ Brieven Online. Daarnaast volgde ze de onderzoekmaster ‘Europe 1000-1800’ aan de Universiteit Leiden en de master Publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Voor haar afstudeerscriptie in Leiden deed ze onderzoek naar militaire patronage in de correspondentie van Constantijn Huygens. Nu werkt ze bij het archief van de Koninklijke Verzamelingen.

Dr. Frans Blom is expert op het gebied van Nederlandse en Neolatijnse literatuur van de vroegmoderne tijd. Werkend aan de Universiteit van Amsterdam bestudeert hij Amsterdam als creatieve stad in zijn Europese context, met een focus op het Grand Theatre of de Schouwburg. Naast zijn proefschrift over Constantijn Huygens (2003) heeft hij ook veel van zijn werken en dagen gewijd aan deze sleutelfiguur in de Nederlandse cultuurgeschiedenis.

Dr. Erik-Jan Bos Erik-Jan Bos (Erasmus Universteit Rotterdam) is een specialist van het leven en werk van Descartes, en het Nederlands cartesianisme. Hij is hoofdredacteur van de nieuwe Oxford U.P. uitgave van de briefwisseling van Descartes. Tijdens zijn onderzoek vond hij verschillende onbekende brieven van Descartes, en recentelijk een onbekend manuscript van Descartes’ Traité de l’homme in Leiden.

Dr. Lieke van Deinsen is als docent en onderzoeker verbonden aan de KU Leuven en als gastonderzoeker aan het KNAW NL-Lab-team. Haar onderzoek richt zich op processen van canonvorming, vrouwelijk schrijverschap en de wisselwerking tussen materiële en tekstuele cultuur in de vroegmoderne tijd. Ze is ook verantwoordelijk voor de recente canonenquête waarin Huygens en zijn werk – tot haar verdriet – dramatisch duikelden.

Prof. dr. Dirk van Delft is oud-directeur van Rijksmuseum Boerhaave en emeritus bijzonder hoogleraar ‘Erfgoed van de natuurwetenschappen’ aan de Universiteit Leiden. Hij schreef biografieën van Heike Kamerlingh Onnes, Hendrik Lorentz (met Frits Berends), Henk van de Hulst en Antoni van Leeuwenhoek. Een biografie van Martinus Veltman (Nobelprijs Natuurkunde 1999) is in voorbereiding.

Dr. Timothy De Paepe is directeur van Museum Vleeshuis | Klank van de Stad in Antwerpen. Hij studeerde Letterkunde aan de Universiteit Antwerpen en Cultuurmanagement aan de Universiteit Antwerpen Management School (UAMS). In 2011 promoveerde hij op een proefschrift over theater en opera in Antwerpen in de zeventiende en achttiende eeuw.

Dr. Ineke Huysman is als senior-onderzoeker verbonden aan het Huygens Instituut waar zij valt onder de afdeling NL-Lab. Zij is o.a. projectleider van het Huygens Brievenproject en gespecialiseerd in vroegmoderne correspondenties. Samen met leden van De Jonge Akademie en Parijse parfumeurs heeft zij onlangs in het project ‘Geheugen van Geur’ een parfumrecept van Constantijn Huygens nagemaakt, getiteld ‘Rieckend water voor mijn moeder’.

Dr. Ad Leerintveld is na zijn pensionering als conservator bij de Koninklijke Bibliotheek part time gastonderzoeker geworden bij het Huygens Instituut voor het Huygens brievenproject. Hij is literatuurhistoricus en publiceert regelmatig over Constantijn Huygens.

Dr. Miranda Lewis is the Editor of Early Modern Letters Online [EMLO], the union catalogue of early modern correspondence created by the Cultures of Knowledge project at the University of Oxford.

Dr. Dirk van Miert is directeur van het Huygens Instituut en universitair hoofddocent vroegmoderne cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij leidt daar het Europese onderzoeksproject SKILLNET, dat gaat over de vroegmoderne wereld van geleerden, die we kennen als de ‘Republiek der Letteren’.

Willemijn van Noord MA is conservator China bij het Nationaal Museum van Wereldculturen (waar Museum Volkenkunde Leiden en Tropenmuseum Amsterdam deel van uitmaken) en Wereldmuseum Rotterdam. Daarnaast werkt ze aan de afronding van haar proefschrift Materialising China: material culture and perceptions of China in the late seventeenth-century Dutch Republic aan de Universiteit van Amsterdam.

Drs. Jean-Marc van Tol studeerde historische letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Behalve tekenaar van Fokke & Sukke is hij ook de auteur van een trilogie rond Johan de Witt, waarvan het eerste deel Musch in 2018 verscheen. Hij legt nu de laatste hand aan deel twee, Buat. Bij zijn uitgeverij Catullus verscheen onlangs de bloemlezing Constantijn Huygens. Een leven in brieven (2022).

Dr. Jeroen Vandommele studeerde geschiedenis in Brussel en promoveerde in Groningen op rederijkerscultuur in de zestiende eeuw. Na enkele jaren te hebben gewerkt als docent aan de Universiteit Utrecht bij de studie Nederlandse Taal en Cultuur, werkt hij sinds 2017 als conservator van de namiddeleeuwse en moderne handschriften bij de KB.

Tijdens het congres waren te koop:

Een bloemlezing met 38 hertaalde brieven van en aan Constantijn Huygens uitgegeven ter gelegenheid van de voltooiing van het project met dezelfde titel: Constantijn Huygens. Een leven in brieven. Enkele auteurs van deze bundel gaven op 2 december een lezing.

Een geurkaars ontwikkeld ter gelegenheid van het project Geheugen van Geur, gebaseerd op Huygens’ parfum ’rieckend water van mijn moeder’, naar zijn eigen recept.

Constantijn Huygens, Béatrix de Cusance, Johannes Uyttenbogaert en Amalia von Solms.

‘Schrijf toch wat vaker!’

Met Amalia van Solms (1602-1675), de echtgenote van zijn werkgever Frederik Hendrik (1584-1647), heeft Constantijn Huygens de meeste brieven uitgewisseld, namelijk 1.017: 183 van Amalia aan Constantijn en 834 van Constantijn aan Amalia. Zolang de Tachtigjarige Oorlog woedde, was Constantijn ieder jaar met het leger op veldtocht. Hij hield hij haar via brieven op de hoogte van de vorderingen van het leger, maar ook over het welzijn van haar echtgenoot. Zie daarover ook het blog over vijftig onbekende brieven van Huygens aan Amalia.

Zijn werkgeefster dreef Constantijn tot wanhoop wanneer ze hem weer eens aanspoorde vaker te schrijven. Hij antwoordde haar dat één keer per dag vaak al lastig genoeg was: soms verhinderden de gevechten het schrijven of verzenden van brieven, maar soms viel er gewoon niks te melden. Na het overlijden van Frederik Hendrik zakte de correspondentie in, met een opleving vlak na het overlijden van Amalia’s zoon, stadhouder Willem II, en met een nieuwe piek in de jaren ’60, toen Constantijn voor de Oranje-Nassaus in Frankrijk verbleef om, met succes, te onderhandelen over de teruggave van het prinsdom Orange. Toen was Amalia trouwens degene die het meeste schreef.

Eind 1664 was er schot gekomen in de zaak rond de teruggave van het door de Fransen bezette prinsdom Orange. Toen Amalia schoorvoetend akkoord was gegaan met de benoeming van een katholieke gouverneur, was Lodewijk XIV bereid het prinsdom te ontruimen. In ruil moest Constantijn er onder meer voor zorgen dat de daar aanwezige kanonnen werden verwijderd. Deze brief, toegelicht en hertaald door Dries Raeymaekers, is opgenomen in de bloemlezing met Huygens’ brieven.

Het bovenaan dit artikel afgebeelde portret van Amalia van Solms, vervaardigd door Gerard van Honthorst, dat eeuwenlang de nok van Huis ten Bosch sierde, was op de tentoonstelling Constantijn Huygens, Geuren en Beelden in Huygens’ museum Hofwijck te zien, die liep tot en met 3 juli 2022.

Ineke Huysman, 14 mei 2022

Mijn zoete voedster

In Mijn leven verteld aan mijn kinderen in twee boeken (1678) schrijft Constantijn dat zijn moeder Susanna Hoefnagel (1561-1633) hem als enige van haar kinderen zelf aan de borst heeft gevoed. Sterker nog, hij beschrijft dit meer dan één keer. Aan het begin van zijn biografie stelt hij nog: ‘Op grond van dit laatste feit hebben sommige mensen gedacht dat mijn moeder voor mij een heel speciale genegenheid voelde, ofschoon zij als geen andere vrouw al haar kinderen gelijkelijk met haar liefde omringde.’[1] Maar aan het einde van zijn biografie lijkt hij hierover van mening veranderd. Wanneer Constantijn beschrijft dat zijn moeder op hoge leeftijd is overleden (waarbij hij overigens tot zijn grote verdriet zelf niet aanwezig was), vervolgt hij met: ‘O, met recht prijs ik mijzelf gelukkig, mijn zoete voedster, want hoe bevoorrecht was ik boven mijn broer en vier zussen, dat ik als zuigeling niet de melk van een ander heb gekregen!’[2] Hij erkent dat zij evenveel van al haar kinderen hield, maar ‘toch is het geen verbeelding dat u als een welhaast dubbele moeder een iets sterkere binding had met het kind dat u gedragen en zelf gevoed had. Voor zulke liefde hoeven ook geen duistere verklaringen gezocht te worden. De kracht ervan zit evenzeer in het bloed als in de voeding.’[3] Constantijn lijkt zichzelf hier de rol van moeders lievelingetje toe te bedelen.

Zeer geëerde ouders

Tijdens de reizen die Constantijn als jongeman aflegt, verschillende malen naar Engeland en eenmaal naar Venetië, blijft hij via brieven contact houden met zijn ouders. Hij opent deze telkens met ‘très honnorez parents’. Een enkele keer schrijft hij alleen aan zijn moeder (‘très honnorez mère’), zoals op 27 april 1622, wanneer hij klaagt dat hij geen antwoord krijgt op zijn brieven en dat hij een nieuwe mantel nodig heeft.[4] Van de brieven die zijn ouders terugschrijven, zijn er maar weinig bewaard gebleven. De openingszin van een van die brieven, geschreven door zijn moeder Susanna, doet echter vermoeden dat deze veelal door zijn vader werden geschreven: ‘Breur, Vader geeft mij desen brief om te sluyten, soo moet ick er noch wat bij setten’.[5] Constantijns vader Christiaan wilde misschien dat ze liet weten hoe het met haar gezondheid stond. Een week eerder schrijft Constantijn al aan zijn ouders dat hij opgelucht is dat ‘moeder weer beter is’.[6] Susanna laat hem dan ook weten: ‘het is met mij nu redelijck, Godt lof, maer noch niet ter degen; het hoesten en fluymen en wil niet ophouden, maer tsal eens eynden, believet Godt.’[7]

Journael

Fragment van Susanna’s brief aan Christiaan van 6 maart 1624. Bovenaan staat ‘Journael’.

Een paar weken na het overlijden van vader Christiaan op 7 februari 1624 moet Constantijn opnieuw naar Londen met een gezantschap van Van Aerssen.[8] Vanaf dat moment begint hij lange brieven uit te wisselen met zijn moeder. De brieven van Constantijn zijn, voor zover we weten, helaas niet bewaard gebleven, maar de brieven van Susanna wel. Ze zijn aan de lange kant en hebben een bijna dagboekachtige vorm. Bovenaan haar eerste brief schrijft zij dan ook ‘Journael’ (verslag van dag tot dag van iemands leven[9]).[10] Susanna schrijft gedurende ongeveer een week elke dag een stukje aan haar brief. Elk nieuw stukje begint zij met ‘adi’ (van het Latijnse ad diem), gevolgd door de datum van die dag. In totaal hebben we zo’n veertien brieven van haar uit deze periode.

Lees verder “Mijn zoete voedster”

De briefwisseling van Constantijn Huygens: schrijvende zussen

Susanna Hoefnagel (1561-1633), de moeder van Constantijn, huwt in 1592 met de tien jaar oudere Christiaan Huygens sr. (1551-1624). Ze wonen in Den Haag, waar Christiaan secretaris is van de Raad van State. Uit hun huwelijk komen zes kinderen voort, twee jongens, Constantijn en zijn broer Maurits (1595-1642) en vier meisjes, Elisabeth (1598-1612), Geertruyd (1599-1680), Catharina (1601-1618) en Constantia (1602-1667). De twee jongens worden al van jongs af aan onderricht in schrijven en verschillende talen, waar hun vader kosten noch moeite voor bespaart. In zijn autobiografische Mijn jeugd (1629-1631) beschrijft Constantijn dat ze in 1603 (hij is dan zeven) beginnen met ‘de schrijfkunst en het Frans’.[2] Ook leren ze op jonge leeftijd Latijn en Grieks.[3] In 1618 leert Constantijn tenslotte nog Engels, tijdens zijn bezoek van drie maanden aan Engeland.[4] Bij de zusjes blijven de kosten en moeite voor onderwijs enigszins achter. Zij leren wel Frans, maar geen andere talen, en krijgen beduidend minder onderricht.[5]

Portret van Geertruid Huygens uit 1629, door Michiel Jansz van Mierevelt. Frans Hals Museum. Van Constantia Huygens is geen portret bekend.

Leelik schryven

Van zowel Geertruyd als Constantia zijn slechts drie brieven bewaard gebleven, alle zes geschreven in het Nederlands. Ook zijn ze alle zes afkomstig uit 1622, het jaar waarin Constantijn gedurende langere tijd Engeland bezocht. Uit de brieven blijkt dat de twee zussen zich ervan bewust waren dat hun taalgebruik was achtergebleven bij dat van hun broers. Constantia schrijft bijvoorbeeld (waarschijnlijk eind februari of begin maart) aan Constantijn: ‘Dessen brief moet je vermake overmits het blinkende sant, want me dunckt, dat daer alle dingen onder schuylle kan, als leelik schryven, qualick spellen en sulke dingen meer. Geertruyd en ik leggen hier morssen met het sant, dat de tafel blinckt, dat m’er geen oog op houwe kan.’[6] Het zand dat Constantia beschrijft werd gebruikt om de inkt te laten drogen, maar ze grapt dat het wellicht ook haar slechte schrijfstijl kan verbergen. In een andere brief, ontvangen door Constantijn op 2 mei, schrijft Constantia ‘Ick bid je, vergeeft me men leellick schrift; tis door de grootte haest’.[7] Mieke Smits-Veldt schrijft over de brieven van Constantia en Geertruyd dat zij ‘waarschijnlijk een vrijwel directe weergave van de spreektaal in Den Haag uit de vroege jaren twintig’ zijn.[8]

Lees verder “De briefwisseling van Constantijn Huygens: schrijvende zussen”

Droevige berichten

Constantijn en zijn vrouw Susanna van Baerle (1599-1637) krijgen samen vijf kinderen, vier jongens en een meisje, die (op zoon Philips na) allen nog in leven zijn als hij zijn autobiografie Mijn leven verteld aan mijn kinderen in twee boeken (1678) schrijft. Hij draagt het werk dan ook op aan zijn (mannelijke) nakomelingen.[1] Constantijn komt zelf ook uit een groot gezin met zes kinderen, twee jongens en vier meisjes. Hij schrijft in Mijn leven echter weinig over hen. Alleen zijn broer Maurits (1595-1642) komt af en toe aan bod. Het wordt hieruit dan ook helemaal niet duidelijk dat het gezin tweemaal afscheid heeft moeten nemen van een zusje. Zo overleed in 1612 Constantijns zusje Elizabeth (1598-1612) en in 1618 stierf Catharina (1601-1618). Hier rept hij totaal niet over in Mijn leven.

Adriaen Hanneman, Portret van Constantijn Huygens en zijn vijf kinderen, Mauritshuis Den Haag.

Elizabeth

In Constantijns andere autobiografie, Mijn jeugd (1629-1631), die gedetailleerder ingaat op zijn jonge jaren en die hij op een stuk jongere leeftijd schrijft, komt Elizabeths overlijden wel aan bod. Mogelijk herinnert hij het zich nog beter omdat het niet zo lang geleden is, of vindt hij het belangrijk om het hier wel op te nemen omdat het alleen over zijn jeugd gaat. Constantijn schrijft: ‘De maand mei, waarin vanouds de Haagse jaarmarkt, de zogenaamde kermis, gevierd werd, werd voor ons gebrandmerkt door een uiterst rampzalige familiegebeurtenis.’[2] Elizabeth, dan veertien jaar oud, overlijdt aan ‘fatale buikkrampen’. Constantijn schrijft dat het binnen een paar uur gedaan was en dat de artsen niets hadden kunnen betekenen.[3] In Vileine hippocraten schrijft Barend Haseker dat de diagnose ‘stangulatio uteri’ luidde, maar dat het waarschijnlijk is dat het om een ‘steeldraai of torsie (draaiing) van het ovarium (eierstokken) of mesenterium (buikvlies)’ ging, of mogelijk ‘een destijds nog onbekende ziekte als een appendicitis (blindedarmontsteking) […] vergezeld van een buikvliesontsteking’.[4]

Constantijn schrijft in Mijn jeugd over Elizabeth: ‘in zekere zin was zij meer dan de andere het lievelingskind geweest van haar ouders’.[5] Deze waren dan ook niet te troosten toen bleek dat zij overleden was. Constantijn vindt zelf dat zij daarbij ‘de Algoede en Allerhoogste God eigenlijk onrecht’ aandeden, omdat deze Elizabeths ziel slechts weer tot zich had genomen. Hij heeft echter ook begrip voor hun verdriet. Zo vraagt hij God om de last, mocht deze ooit ook hem ten deel vallen, draaglijk te maken en hem te leren de slagen te verduren die zijn ‘vaderhart’ nog zullen treffen.[6] Over Catharina’s overlijden, zes jaar later, schrijft Constantijn niet in Mijn jeugd. Hij beëindigt het werk voor hij bij 1618 is aangekomen. Er zijn echter wel verschillende brieven bewaard gebleven uit deze periode, die een veel persoonlijkere kant van Constantijn weergeven.

Catharina

In 1618 bevindt Constantijn zich gedurende enkele maanden in Engeland, waar hij via een brief te horen moet krijgen dat zijn zusje Catharina (1601-1618) is overleden op 17-jarige leeftijd. Over haar doodsoorzaak is niets bekend.[7] Het is echter wel duidelijk dat zij al geruime tijd ziek was. In zijn eerste brief aan zijn ouders vanuit Engeland, van 16 juni, schrijft Constantijn al dat hij graag hoort hoe het met zijn arme zusje gaat en dat hij haar met veel verdriet heeft achtergelaten: ‘Je désire grandement d’entendre comment il va de ma povre soeur Catherine que j’ay quitté avec beaucoup de regret.’ Op 22 juni schrijft Constantijn dat hij ondertussen een brief van zijn ouders heeft ontvangen die al op 11 juni is verstuurd. Hieruit blijkt dat er nog geen verbetering in Catharina’s gezondheid te melden viel: ‘Pour Catelyntgen, j’en suis tousjours en peine et ne sçay ce que la longueur du temps pourroit apporter. Je désire que ce soyent tousjours les premières nouvelles quand on me fera ce bien de m’escrire. Constantijn vraagt om op de hoogte gehouden te worden, maar Catharina is in de tussentijd al overleden, op 18 juni.[8]

Een vreemde reactie

Constantijn bevindt zich ver van zijn familie en vrienden in een vreemd land als hij uiteindelijk op 25 juni het bericht krijgt dat zijn zusje niet meer in leven is. Uit zijn brief van 26 juni is op te maken dat hij niet halsoverkop terugkomt naar de Republiek, maar zijn verdriet alleen zal moeten verwerken. Constantijn zou immers nooit op tijd terug kunnen zijn voor de begrafenis. Wanneer afgegaan wordt op de transcriptie van zijn brief, die is opgenomen in de vroeg twintigste-eeuwse editie van de brieven van Constantijn Huygens, bewerkt door J.A. Worp, lijkt het bovendien alsof Constantijn er niet teveel woorden aan vuil wil maken. De editie vermeldt slechts een kort briefje van Constantijn, waarin hij schrijft dat hij zich goed probeert te houden voor zijn omgeving en dat hij niet in Engeland in de rouw wil gaan. Dit lijkt een ietwat koele reactie, zeker gezien de bezorgdheid die blijkt uit zijn eerdere brieven aan het thuisfront. Wanneer de scan van de originele brief (te vinden in de Koninklijke Bibliotheek) erbij wordt gepakt, blijkt de situatie toch iets anders te liggen.

Nooit aan tafel een brief openen

In Constantijns originele brief is te lezen dat hij de brief van zijn ouders rond 8 uur ’s avonds tijdens het diner heeft ontvangen, en dat hij hiervan heeft geleerd nooit meer brieven te openen aan tafel: ‘Pour m’enseigner, je croy, de n’ouvrir jamais plus des lettres à table.’ Ook schrijft hij dat het nieuws hem ontzettend zwaar valt, zeker nu hij in een ‘vreemd land’ en zo ver van zijn ‘trouwe vrienden’ is, maar dat hij zichzelf probeert voor te houden dat het Gods wil is: ‘j’ay dit à par moi sa volonté soit faicte o Eternel’. Ook laat Constantijn weten dat hij wat tijd voor zichzelf heeft moeten nemen omdat hij weer hevige aanvallen van melancholie heeft gekregen: ‘Cependant Dieu sçait la résolution que j’ay prise de bon heure de faire teste aux plus violents assauts de la mélancholie à laquelle naturellement je me trouve fort enclin, quelque mine extérieure que je face devant le monde.’ Uit zijn oorspronkelijke brief blijkt dus duidelijk dat Constantijn helemaal niet koeltjes reageert op het droeve nieuws, maar dat het overlijden van Catharina hem zeer heeft geraakt.

Fragment brief Constantijn Huygens aan zijn ouders, 1 juli 1618, Koninklijke Bibliotheek, KA 49-1, 41.

Bijzonder ongepast

Toch zit de ietwat selectieve transcriptie in J.A. Worp’s editie er niet helemaal naast. Constantijn probeert zich inderdaad goed te houden tegenover zijn omgeving en wil wachten met het in de rouw gaan: ‘jusqu’à tant que je revienne au Pays Bas […] ou au moins jusqu’à sur la fin de mon partiment’. In de originele brief legt hij echter wel uit waarom hij hiervoor kiest. Hij schrijft dat hij het bijzonder ongepast (‘entièrement hors de propos’) zou vinden om in rouwkleding te paard door Engeland zou reizen. Bovendien, merkt hij op, zou hij zo de hele wereld laten weten dat hij vijftig mijlen (een mijl is een ‘klein uur gaans, rond de vier kilometer) verderop een dode zuster heeft: ‘Aussi bien qu’est-il besoin que tout le monde sçache par deça que j’ay une sœur morte à cinquante lieues d’ici.’ Uit een brief van een kleine week later, 1 juli, blijkt dat zijn nieuwe vrienden in Engeland het daarmee eens zijn: ‘Pour des habits de dueil, chascun me conseille de ne m’en donner peine tant que je seray ici, mais bien qu’au partir je me pourvoye de quelque honeste accoustrement, à quoy les estofes se trouvent icy fort propres.’ Wanneer hij vertrekt, zal Constantijn alsnog zijn rouwkleding aantrekken.

Roosje Peeters, 4 maart 2022

In de bundel Constantijn Huygens. Een leven in brieven wordt veel aandacht besteed aan Constantijns verblijf in Engeland en ook aan zijn hechte familierelaties.


[1] Constantijn Huygens, Mijn leven verteld aan mijn kinderen, F.R.E. Blom ed., 2 delen (Amsterdam 2003) 63.

[2] Constantijn Huygens, Mijn jeugd, Chr. Heesakkers ed. (Amsterdam 1987) 103.

[3] Ibidem.

[4] B. Haeseker, Constantijn Huygens ‘Vileine hippocraten’ (Rotterdam 2010) 23.

[5] Constantijn Huygens, Mijn jeugd, Chr. Heesakkers ed. (Amsterdam 1987) 103.

[6] Constantijn Huygens, Mijn jeugd, Chr. Heesakkers ed. (Amsterdam 1987) 103-104.

 [7] B. Haeseker, Constantijn Huygens ‘Vileine hippocraten’ (Rotterdam 2010) 23.

[8] J.A. Worp, De briefwisseling van Constantijn Huygens, Eerste deel, Rijks Geschiedkundige Publicatieën 15 (Den Haag 1911) 24.

Constantijn Huygens, Een leven in brieven

V.l.n.r. Constantijn Huygens, Béatrix de Cusance, Johannes Uytenbogaert en Amalia von Solms

Ter gelegenheid van de voltooiing van de digitale editie van de briefwisseling van Constantijn Huygens verscheen op 2 april 2022 een rijk geïllustreerd boek verschenen met een selectie van achtendertig brieven van en aan Constantijn Huygens. Elke brief is door een deskundige vertaald in hedendaags Nederlands en van een inleiding voorzien.

Huygens’ veelzijdigheid komt in de bloemlezing goed tot zijn recht: we zien hem onder meer actief als kunstkenner, musicus, architect, dichter, diplomaat, vriend en familieman.

Een voorproefje uit de bundel:

Constantijn Huygens had een wel heel intieme vriendschap met de hertogin van Lotharingen, Béatrix de Cusance, die levensgroot werd geportretteerd door Anton van Dijck. Haar uitvoerige correspondentie met Huygens handelt over van alles en nog wat, maar vooral over muziek. Eén brief daaruit is geselecteerd voor de bundel. In haar hanenpoten-achtige handschrift verklaart ze Constantijn haar liefde tot de dood voor de muziek. En ze stuurt hem een gouden stemsleutel waarmee ze hem tot ridder van haar Orde van de Klavecimbelhamer benoemt.

Kijk hier voor de brochure met meer informatie over het boek. Ook is er een inkijkexemplaar beschikbaar.

De Universiteitsbibliotheek Leiden besteedt in deze video onder andere aandacht aandacht aan de correspondentie van Constantijn Huygens die daar wordt bewaard.

Op 2 december 2022 vond een congres plaats geheel gewijd aan Huygens’ briefwisseling. Een terugblik.