Twee Rotterdamse Constanters

Ad Leerintveld en Kees Verduin hebben in de loop der jaren een imposante lijst samengesteld van boeken die blijkens het ex libris Constanter aantoonbaar afkomstig zijn uit de bibliotheek van Constantijn Huygens. Aan deze verzameling kunnen nu twee werken worden toegevoegd die berusten bij het Stadsarchief Rotterdam. Ze werden ontdekt bij de inventarisatie van het archief van de familie Van Mierop. Het gaat om het eerste en tweede deel van het Wapenbuch van Johann Sibmacher (ook wel gespeld als Siebmacher), uitgegeven in Nürnberg in 1605 respectievelijk 1609. Ze bevatten duizenden wapens van vorsten, edelen en andere voorname personen, alsmede van steden en heerlijkheden. Het werk werd vele malen herdrukt en door anderen voortgezet, tot het uiteindelijk 119 delen omvatte en in 1961 werd ontsloten door een index.[1]

Het ex libris Constanter gaat vergezeld van het jaartal 1649, toen Huygens de boeken zal hebben verworven. De vraag rijst waarom hij ze aanschafte – en waarom toen. Kwam hij ze ‘toevallig’ tegen en vond hij dat ze niet mochten ontbreken in de bibliotheek van een intellectueel? Of is er een concrete aanleiding voor deze verwerving op dat moment? Het laatste blijkt het geval, zo ontdekte Ad Leerintveld. Juist in 1649 was Huygens betrokken bij het decoratieprogramma van de Oranjezaal van paleis Huis ten Bosch. Hier werd de legitimiteit van de Oranjedynastie tot in het kleinste detail in beeld gebracht en Huygens had onder meer tot taak de relevante wapenschilden bijeen te brengen.[2] De boeken van Sibmacher waren op dat moment hét standaardwerk, dus het is alleszins verklaarbaar dat hij die juist toen voor zijn bibliotheek wilde verwerven.

Of hij er heel intensief gebruik van heeft gemaakt, mag overigens worden betwijfeld, maar dat gold vast voor meer boeken in zijn bezit. De bladzijden vertonen nauwelijks gebruikssporen en Huygens heeft nooit de moeite genomen de wapens te laten inkleuren, zoals sommige anderen wel deden. De boeken zitten ook nog strak in de originele perkamenten band. Op de rug staat Wapenbuch 1. theil respectievelijk 2. theil, met daaronder enkele onduidelijke tekens, mogelijk plaatskenmerken.

Het is helaas niet gelukt te achterhalen hoe deze werken bij de familie Van Mierop terecht zijn gekomen. Toen Constantijn in 1687 overleed, raakte zijn bibliotheek verspreid. Een deel werd publiek verkocht, maar in de veilingcatalogus komen de boeken van Sibmacher niet voor. Dat hoeft geen verbazing te wekken: zijn zoons besloten pas na enige aarzeling dat de naam van hun vader op de titelpagina mocht komen, want de bibliotheek was al “un peu pillée”.[3] Vooral Constantijn jr schijnt er flink wat boeken uit te hebben overgenomen, zo blijkt uit de veilingcatalogus van diens bibliotheek uit 1701. Ook hierin zijn de Sibmachers echter niet aangetroffen.[4] Ze staan evenmin in de catalogus van de verkoping van de boeken van zoon Christiaan. Van zoon Lodewijk, getrouwd met Jacoba Teding van Berkhout, en van dochter Susanna, gehuwd met Philips Doublet, zijn geen veilingcatalogi bekend, dus we kunnen niet nagaan of zij ze misschien hebben overgenomen. En dan nog is het mogelijk dat de boeken onderhands zijn vererfd of cadeau zijn gegeven, en nooit in een publieke verkoping zijn beland.

Dit spoor loopt dus dood en ook de omgekeerde route levert geen uitsluitsel. De familie Van Mierop was wijdvertakt, maar er zijn geen verbanden gevonden met de geslachten Doublet en Teding van Berkhout. Behalve aan vererving kunnen we natuurlijk ook denken aan aankoop. We weten dat Johan Gerbrand van Mierop (1733-1807) grote belangstelling had voor genealogie en heraldiek – de vorming van het familiearchief is voor een groot deel aan hem te danken. Bij de beoefening van zijn liefhebberij werkte hij samen met de bekende Rotterdamse genealoog Hartman de Custer (1687-1760) en hij verwierf uit diens nalatenschap een collectie boeken en handschriften. Zou daar wellicht ook het Wapenbuch van Sibmacher bij hebben gezeten? Wie weet, maar dit is uiteraard een verschuiving van het probleem: de volgende vraag is dan hoe De Custer de boeken heeft verworven. Ook zijn familie kan niet worden gelinkt aan de nazaten van Huygens, maar er is wel een ander interessant spoortje. Hartmans grootmoeder van moederszijde was Barbara Elsevier, een telg uit het beroemde geslacht van uitgevers en boekhandelaren. Die kochten soms hele bibliotheken en collecties op om ze als geheel of in delen verder te verkopen, dus ook dit boek kan door hun handen zijn gegaan.

Verder komen we helaas ook langs deze weg niet. We zullen tevreden moeten zijn met de vondst van weer twee ‘nieuwe’ Constanters, met als extraatje dat we precies weten waarom Huygens ze aanschafte.

Gerrit Verhoeven, Stadsarchief Rotterdam, 28 december 2021.


[1] https://web.archive.org/web/20150923223750/http://www.dr-bernhard-peter.de/Heraldik/seite53-sieb.htm (geraadpleegd 15/12/2021)

[2] Margriet van Eikema Hommes en Elmer Kolfin, De Oranjezaal in Huis ten Bosch. Een zaal uit louter liefde (Zwolle 2013) 57.

[3] Zie de voorrede bij de heruitgave door Van Stockum, 1903: Catalogus Const. Huygens, Voorrede (xs4all.nl) (geraadpleegd 15/12/2021)

[4] Zie ook De Navorscher 27, 330.

Constantijn Huygens, Een leven in brieven

V.l.n.r. Constantijn Huygens, Béatrix de Cusance, Johannes Uytenbogaert en Amalia von Solms

Ter gelegenheid van de voltooiing van de digitale editie van de briefwisseling van Constantijn Huygens is op 2 april 2022 een rijk geïllustreerd boek verschenen met een selectie van achtendertig brieven van en aan Constantijn Huygens. Elke brief is door een deskundige vertaald in hedendaags Nederlands en van een inleiding voorzien.

Huygens’ veelzijdigheid komt in de bloemlezing goed tot zijn recht: we zien hem onder meer actief als kunstkenner, musicus, architect, dichter, diplomaat, vriend en familieman.

Een voorproefje uit de bundel:

Constantijn Huygens had een wel heel intieme vriendschap met de hertogin van Lotharingen, Béatrix de Cusance, die levensgroot werd geportretteerd door Anton van Dijck. Haar uitvoerige correspondentie met Huygens handelt over van alles en nog wat, maar vooral over muziek. Eén brief daaruit is geselecteerd voor de bundel. In haar hanenpoten-achtige handschrift verklaart ze Constantijn haar liefde tot de dood voor de muziek. En ze stuurt hem een gouden stemsleutel waarmee ze hem tot ridder van haar Orde van de Klavecimbelhamer benoemt.

Het boek, uitgegeven door Catullus, is sinds 2 april verkrijgbaar.

Kijk hier voor de brochure met meer informatie over het boek. Ook is er een inkijkexemplaar beschikbaar.

De Universiteitsbibliotheek Leiden besteedt in deze video onder andere aandacht aandacht aan de correspondentie van Constantijn Huygens die daar wordt bewaard.

Italiaanse les

‘Eindelijk heb ik de moed genomen om u deze paar regels te sturen, de eerste die ik ooit in het Italiaans heb geschreven’: aldus de 18-jarige Constantijn Huygens in zijn (tot nu toe onbekende) eerste Italiaanse brief, gericht aan zijn leraar Giovanni Francesco Biondi.

Sir Giovanni Francesco Biondi (1572–1644), Wikimedia Commons.

Giovanni Francesco Biondi (Lessina [nu Hvar, Kroatië] 1572-1644), een protestantse Italiaan, was in 1609 gezant voor Savoye bij de koning van Engeland geworden en bleef daarna in Londen wonen. Hij verwierf tevens bekendheid als schrijver van historische en literaire werken. En Biondi maakte muziek. In 1618, toen Constantijn zijn eerste reis naar Londen maakte, bezocht hij daar het collegium musicum ten huize van Biondi. Constantijn schreef daarover aan zijn ouders [vertaling en transcriptie door Rudolf Rasch]:

Bij de heer Biondi is er een collegium musicum, allemaal Italianen, deugdzame en vriendelijke mensen. Daar gaan we tweemaal per week heen. Anderen hebben mij beloofd mij het ensemble van de koningin [Anna van Denemarken] te laten horen, allemaal Fransen, met bewonderenswaardige stemmen. [U begrijpt] dat ik me hier als een vis in het water voel.

Maar eerder had Constantijn dus al in Den Haag Italiaanse les gevolgd bij Biondi, die in het gezantschap van zijn beschermheer sir Henry Wotton (1603-1639) van 1614 -1615 in de Republiek der Verenigde Nederlandsen verbleef. Huygens noteerde in zijn dagboek dat hij met zijn Italiaanse lessen in februari 1615 begonnen was, eerst bij Biondi en daarna bij Willem van Lyere (1588-1649), heer van Oosterwijk en vanaf 1627 ambassadeur in Venetië. In zijn brief van 26 februari 1615 aan Biondi demonstreert Constantijn in mooi schoonschrift zijn kunnen: [vertaling en transcriptie door Ingeborg van Vugt]:

Ik vertrouw volledig, mijn zeer illustere heer, op de beloften die u een tijdje geleden heeft gedaan, met het vriendelijke aanbod om de Italiaanse taal te onderwijzen, en ik ben er zeker van dat, zo gul als u het heeft aangeboden, zo oprecht heeft u uw genegenheid getoond. Eindelijk heb ik de moed genomen om u deze paar regels te sturen, de eerste die ik ooit in het Italiaans heb geschreven. Voor die tijd heb ik geoefend in het lezen van enkele goede schrijvers. Er is dus geen twijfel over mogelijk dat mijn eerste experiment niet zonder verscheidene fouten is verlopen. Ik verzoek u een helpende hand te bieden op deze rommelige tekst en me deze terug te sturen in de manier waarop het had moeten zijn om waardig te zijn aan uw geleerd oor. Aan uw goede wil beveel ik mij nederig.
Op 26 februari 1615
Van uw meest toegewijde dienaar,
Constantijn Huygens

In het Italiaans zou Huygens niet veel corresponderen. In totaal zijn er 96 brieven in die taal bewaard gebleven, 22 van zijn hand en 74 aan hem gericht.

Ineke Huysman, 5 december 2021