Workshop Memory of Scent, 5 October 2022

Atelier Néerlandais, 121 rue de Lille, Paris, France.

17th century Dutchman Constantijn Huygens was a true homo universalis. Recently, it was discovered that amongst his many talents he was also an amateur perfumer, and as such collected more than 150 perfume-related recipes.

The project ‘Memory of Scent’ (see also: https://story.durare.eu/making-scents-of-the-past and https://brievenconstantijnhuygens.net/2022/04/10/rieckend-water-van-mijn-moeder [in Dutch] ) followed one of these recipes as closely as possible in order that we might experience some sense of how Huygens sought to manipulate his olfactory environment. The experiment was successful, and it was suggested that we find a perfumer who might be interested in recreating this scent. A partnership followed, with Daan Sins from the appropriately named Huygens Organic Beauty Apothecary in Paris, and Marypierre Julien, senior perfumer at Givaudan, collaborating to recreate the scent. The result is now available to the public in the form of a scented candle—Ode de parfum: to my Mother.

While the accuracy of any modern recreation of an old recipe is subject to whatever changes have occurred in the raw materials in the years that separate them, the process nevertheless allows us greater insight into Huygens’ activities as a perfumer—these are shared with the public in a display including video footage of the original experiments, the ingredients that were used, and the experience of the scent itself.

Alongside the simple reconstruction of sensory experience, the project also seeks to examine how connections between scent, emotion and memory are processed in the human brain.

Taking the discovery of the perfume recipes of Constantijn Huygens as a starting point, De Jonge Akademie, Huygens Institute and Atelier Néerlandais are organising a workshop in Paris to facilitate the exchange of knowledge and experience between experts in connected fields such as historians, literary scholars, art historians, neuroscientists, curators and perfumers. The workshop will take the form of a number of short presentations designed to provoke discussion and invite questions. Topics to be discussed include durability, interdisciplinarity, valorisation (i.e., transmission of knowledge to a wider audience), museal settings, documentation,  cooperation, and interpretation.

Should you wish to attend this workshop, which will be conducted in the English language, please let us know by replying to this email or by contacting Ineke Huysman at ineke.huysman@huygens.knaw.nl.

Program:

13:00-13:30 uur Arrival with coffee and tea

13.30-13:35 uur Welcome by Lilian Widdershoven, director Atelier Néerlandais

13:35-15:00 uur (Olfactory) presentations and discussion

15:00-15:30 uur Break

15:30-17:00 uur (Olfactory) presentations and discussion

17:00-18:15 uur Drinks

Speakers/discussants: Nadine Akkerman: professor in Early Modern Literature and Culture at Leiden University; Maxime Boersma: educational researcher, Hortus Botanicus Leiden; Marjolijn Bol: associate professor of Technical Art History at University of Utrecht; Eugenie Briot: program manager Perfumery School at Givaudan; India Cole: historian at Queen Mary University of London/Oxford Botanic Garden; Sofia Ehrich: sensory art historian en olfactory event manager at Odeuropa/KNAW; Hanneke Hulst: professor in Neuropsychology in Health and Disease at Leiden University; Ineke Huysman: cultural historian at Huygens Institute/NL-Lab/KNAW; Marypierre Julien, senior fine fragrance perfumer specialized in Naturals at Givaudan; Isabel Lauterjung: archivist at the Royal Society of London; Inger Leemans: professor of Cultural History at Vrije Universiteit Amsterdam and PI of Odeuropa and of NL-Lab/KNAW; Ariane van Suchtelen, curator at Mauritshuis The Hague; Daan Sins, founder and co-owner of Huygens Paris; William Tullett: associate professor in Sensory Studies at Anglia Ruskin University, Cambridge/Odeuropa; Lea van der Vinde: director of Huygens Museum Hofwijck; Érika Wicky: researcher at Bibliotheca Hertziana Max Planck Institute for Art History/Osmothèque Versailles.

Huygens en Van Leeuwenhoek

I could not forbear by this occasion to give you this character of the man, that he is a person unlearned both in sciences and languages and specially, a most αγεωμέτρητός philosopher, but of his own nature exceedingly curious and industrious.

(Ik kan deze gelegenheid niet voorbij laten gaan om u de volgende karakterisering te geven van de man. Hij heeft niet gestudeerd noch in de wetenschappen, noch in talen, en is in het bijzonder een filosoof die niets van meetkunde weet. Maar hij is van nature buitengewoon nieuwsgierig en ijverig)

Dit schreef Constantijn Huygens op 8 augustus 1673 over Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723) aan Robert Hooke (1635-1703), toen ‘curator of experiments’ van de Royal Society in Londen. Huygens zond hem bij deze gelegenheid Van Leeuwenhoeks observaties van de angel van de bij. Hij is bovendien heel enthousiast over de ‘tubuli’ (buisjes, kanaaltjes) die Van Leeuwenhoek met zijn microscope had ontdekt in allerlei soorten hout.

Nadrukkelijk noemt Huygens Van Leeuwenhoek in deze brief ongeletterd en zelfs ‘a most ‘αγεωμέτρητός philosopher’, een zeer a-geometrische filosoof. Dit stukje citaat met het Griekse woord erin, heeft J.A. Worp, de editeur van de vroeg twintigste-eeuwse editie van de Huygens correspondentie, niet opgenomen. Wat jammer is, want juist deze paar woorden preciseren Huygens’ karakterisering van Van Leeuwenhoek én Huygens zelf. Huygens haalt met het woord ‘αγεωμέτρητός’ de spreuk aan die boven de ingang van de Academie van Plato stond gebeiteld: ‘Αγεωμέτρητός μηδείς είσίτω’, (‘laat niemand zonder meetkundige kennis hier binnentreden’). Volgens Plato begint alle wetenschap met de wiskunde, waaronder begrepen is de rekenkunde, de meetkunde, de sterrenkunde en de harmonieënleer. Huygens vindt dat Van Leeuwenhoek dus geen toegang heeft tot de wetenschap. Hij is geen filosoof, maar een nieuwsgierige, handige ambachtsman. We moeten Huygens’ aanduiding ‘αγεωμέτρητός’ dan ook niet letterlijk opvatten, alsof hij meent dat Van Leeuwenhoek, die nota bene opgeleid was tot landmeter, geen wiskunde zou kennen. Met zijn geleerde citaat in het Grieks beklemtoont Huygens de kloof tussen de geleerde wetenschap van hemzelf en Hooke en de aangeboren nieuwsgierigheid en de ijver van de ambachtsman Van Leeuwenhoek.

Antoni van Leeuwenhoek. Messing enkelvoudige microscoop. Leiden, Museum Boerhaave.

Verderop in zijn brief aan Hooke benadrukt Huygens de vaardigheden van Van Leeuwenhoek. Hij wijst erop hoe hij de ’tibuli’ in het hout heeft ontdekt: Van Leeuwenhoek maakt dunne sneetjes in de rand van een houten kistje, haalt daar een dun schijfje (‘of’, zegt Huygens ‘een film, zoals jullie dat, denk ik, noemen’) vanaf, en plaatst dat op de naald van zijn kleine ‘microscope’. Dit microscoopje noemt hij ‘a machinula of his owne contriving and workmanship in bras’(‘een werktuigje van eigen vinding en vaardigheid in messing’). Door zijn microscoop kan Van Leeuwenhoek deze kanaaltjes zo goed zien dat hij, zo schrijft Huygens naar Londen, heel goed duidelijk kan maken hoe via deze klepjes het sap bovenin de boom kan komen. Hij heeft ‘this fine fagot of crystal pipes’ (‘deze bundel van kristalheldere buisjes’) zo door Van Leeuwenhoeks ‘microscope’ beter kunnen zien dan objecten die liggen onder een staande microscoop.

Met deze brief was Huygens de tweede geleerde Nederlander die Van Leeuwenhoek introduceerde bij de Royal Society in Londen. De Delftse arts Reinier de Graaf (1641-1673) was hem in april 1673 voorgegaan met een brief aan Henry Oldenburg, secretaris van het genootschap. De Graaf overleed echter in augustus 1673, waarna Van Leeuwenhoek Huygens verzocht een goed woordje te doen in Londen. Huygens’ bemiddeling heeft Van Leeuwenhoeks carrière voortgeholpen. Hij werd de auteur met de meeste bijdragen in de Philosophical Transactions, het wetenschappelijke tijdschrift van de Royal Society. Van Leeuwenhoek was buitengewoon ingenomen met deze wetenschappelijke erkenning, die zelfs in 1680 leidde tot de eervolle benoeming tot fellow van het genootschap. Deze heuglijke gebeurtenis was voor Van Leeuwenhoek aanleiding om zich door zijn Delftse plaatsgenoot Jan Verkolje op doek te laten vereeuwigen.

Jan Verkolje, Portret van Anthoni van Leeuwenhoek. Delft 1680. Olieverf op doek. Amsterdam, Rijksmuseum

Hierop is Van Leeuwenhoek wel degelijk een wetenschapper, een geometricus! Hij heeft een meetkundig instrument, een passer, in de hand. Voor hem op tafel ligt de door koning Karel II ondertekende akte van benoeming tot fellow. Dezelfde Verkolje maakte in 1686 reproductieprenten van dit portret die Van Leeuwenhoek gebruikte voor zijn public relations.

Jan Verkolje, Portret van Antoni van Leeuwenhoek. Lid van de Koninklijke Sociëteit in Londen. Mezzotint 1686. Rijksmuseum Amsterdam.

Had Van Leeuwenhoek op het schilderij een passer in de hand, op de prenten is die vervangen door een echt Van Leeuwenhoek microscoopje. Het instrument waardoor hij beroemd was geworden.

Huygens schreef op 29 januari 1686 een gedicht ‘Op de print van Ant. Leeuwenhoeck’ dat onder de prent door Jan Verkolje werd gegraveerd:

Daer leeft een aerdigh Man, een vaerdigh Man en gauw,

Die wisse wondren teelt, en heeft Natur’ in’t nauw,

Doorkruijpt all haer geheim, en opent all haer Sloten:

Sijn’ Glase Sleuteltiens en isser geen ontschoten,

Noch kan ontschieten. Dit ’s die dappre Man niet: maer

Siet scherp toe, die hem soekt; ’t gelijckt hem of hij ’t waer.

                                                                                              CONSTANTER

Treffend noemt Huygens de microscoopjes van Van Leeuwenhoek ‘glazen sleuteltjes’, waarmee hij alle geheimen van de natuur heeft ontsloten. Geen geheim kon of kan aan hem ontsnappen.

Over de relatie Huygens – Van Leeuwenhoek is meer te lezen in de mooie, pas verschenen biografie door Dirk van Delft, Onzichtbaar leven. Antoni van Leeuwenhoek en de wondere wereld van de microbiologie. (Amsterdam, Prometheus 2022). Ik heb hier voor dit blog dankbaar gebruik van gemaakt. Van de correspondentie tussen Van Leeuwenhoek en Constantijn Huygens zijn zeven brieven van Van Leeuwenhoek bewaard gebleven. Drie ervan waren nog onbekend aan de editeur J.A. Worp. Ze zijn nu alle zeven opgenomen in de database van het project Huygens’ Briefwisseling Online. De bloemlezing Constantijn Huygens. Een leven in brieven (Soest, Uitgeverij Catullus 2022) bevat meer informatie over Huygens’ correspondentie en ook over zijn wetenschappelijke belangstelling.

Ad Leerintveld, 21 juli 2022