Terugblik congres Constantijn Huygens. Een leven in brieven

Op vrijdag 2 december 2022 vond in de Aula van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag een congres plaats ter gelegenheid van de voltooiing van het project Huygens’ Briefwisseling Online (resources.huygens.knaw.nl/briefwisselingconstantijnhuygens), georganiseerd door Huygens Instituut, NL-Lab, KB | nationale bibliotheek van Nederland en Vrienden van de KB.

Thema’s waren: muziek, kunst, architectuur, politiek, wetenschap, parfum, nieuwe brieven en ontdekkingen. Met mooie verhalen over deze onderwerpen uit de briefwisseling van Constantijn Huygens, verteld door gerenommeerde sprekers, kwamen hij en zijn tijdgenoten met behulp van beeld, geluid én geur tot leven op het congres ‘Constantijn Huygens. Een leven in brieven’.

Van deze dag zijn een fotoreportage en video-opnames (een speciaal kanaal op Youtube) gemaakt: een compilatie en van iedere afzonderlijke lezing ook een volledige weergave (hieronder per lezing aan te klikken).

Programma

10.00-10.15 uur: Inleiding: Jeroen Vandommele en Lieke van Deinsen (dagvoorzitter)

10.15-11.15 uur: Huygens digitaal

  • Ineke Huysman en Ad Leerintveld, ‘Terug naar de bronnen’. Ineke Huysman presenteert het project Huygens’ Briefwisseling Online. Ze geeft een overzicht van de opzet, de inhoud en de mogelijkheden die het project biedt aan onderzoekers. Ad Leerintveld toont enkele voorbeelden van de winst van het project: meer informatie doordat de brieven volledig worden gepresenteerd en door de toevoeging van nieuw ontdekte brieven.
  • Dirk van Miert, ‘Constantijn Huygens’ briefwisseling in Nederlandse collecties: een digitaal netwerkperspectief’. Wat kunnen we eigenlijk zeggen over de omvang en de reikwijdte van Constantijn Huygens’ correspondentie in relatie tot andere briefschrijvers uit zijn netwerk? We gaan op zoek naar het antwoord via de big data die we hebben verzameld over de netwerken van zijn tijdgenoten uit de Nederlandse Republiek.
  • Miranda Lewis, ‘Over the North Sea: Constantijn Huygens’s English contacts in Early Modern Letters Online’. The catalogue of Constantijn Huygens’s correspondence in Early Modern Letters Online provides the foundation for a cluster of ‘starter catalogues’ that will expand the ‘circles’ of his correspondents. 

11.45-12.45 uur: Nieuw onderzoek rondom Huygens

  • Jean-Marc van Tol, ‘De rollen omgedraaid? De relatie tussen Constantijn Huygens en Johan de Witt’. Constantijn Huygens en Johan de Witt waren in veel opzichten elkaars tegenpolen. Onlangs doken twee brieven van Huygens aan de raadpensionaris op die inzicht geven in de manier waarop zij zich tot elkaar verhielden.
  • Geeske Bisschop, ‘Dat hi in d’crijch moet leeven en sterven’. Militaire patronage in de correspondentie van Constantijn Huygens’. Constantijn Huygens ontving als secretaris van de stadhouder honderden brieven met militaire verzoeken. Deze brieven geven inzicht in hoe de informele kant van militaire patronage werkte en welke strategieën militairen gebruikten om voorspraak te verkrijgen.
  • Willemijn van Noord, ‘Prinses Mary, Constantijn Huygens en het Chinese lakscherm’. Twee jaar voor zijn dood schreef Huygens een brief aan Prinses Mary II Stuart (1662-1694), waarin hij beweerde een belangrijke boodschap van het Chinese volk voor haar te hebben. Recent onderzoek werpt nieuw licht op Huygens’ listige poging om Mary’s Chinese lakscherm te onderzoeken en te behouden.​

13.45-14.45 uur: Huygens en wetenschap

  • Erik-Jan Bos, ‘Wetenschap in de schaduw van wapens: Huygens als beschermheer van René Descartes’. Uit de briefwisseling die Huygens voerde met Descartes, en over Descartes, blijkt een grote en voortdurende belangstelling van de eerste secretaris van de Stadhouder voor de Franse wijsgeer en wetenschapper. Deze lezing belicht op welke manieren Huygens Descartes stimuleerde en beschermde, en hoe de filosoof hem wederdiensten bewees.
  • Dirk van Delft, ‘Hoe Constantijn Huygens Antoni van Leeuwenhoek vooruit hielp’. Antoni van Leeuwenhoeks microscopische waarnemingen hadden de warme belangstelling van Constantijn Huygens. Deze liefhebber van natuuronderzoek deed een goed woordje voor de ‘ongeletterde persoon’ uit Delft bij de Royal Society.
  • Ineke Huysman, ‘Constantijn Huygens: amateur-parfumeur’. Dat de veelzijdige Constantijn Huygens zich ook bezighield met parfumerie is vrijwel onbekend. Toch heeft hij meer dan 150 recepten nagelaten, die hij uitwisselde met zijn correspondenten. Een van die recepten, getiteld ‘Rieckend water voor mijn moeder’, is gereconstrueerd en opnieuw te ruiken.

15.15-16.15 uur: Huygens en cultuur

  • Frans Blom, `Bouwen aan een beter Den Haag. Huygens’ architectuur in steen en op papier’. De voordracht belicht de rol van Constantijn Huygens in de ontwikkeling van de Haagse en Nederlandse architectuur. We kijken naar zijn bouwprojecten in en rond Den Haag, en naar het gesprek over de nieuwe architectuur in gedichten en brieven.
  • Timothy De Paepe, ‘Een vriend bij vreugde, een medicijn bij verdriet’. Huygens muzikale correspondentie met de familie Duarte’. Constantijn Huygens onderhield decennialang een hartelijke correspondentie met de Antwerpse juweliersfamilie Duarte. Muziek speelde daarin een centrale rol. De overgeleverde brieven vormen samen een uniek venster op het rijke (muziek)leven van beide families, hun vriendennetwerk en de rol die muziek daarin speelde.

Sprekers

Geeske Bisschop MA werkte als medewerker digitalisering mee aan het project Huygens’ Brieven Online. Daarnaast volgde ze de onderzoekmaster ‘Europe 1000-1800’ aan de Universiteit Leiden en de master Publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Voor haar afstudeerscriptie in Leiden deed ze onderzoek naar militaire patronage in de correspondentie van Constantijn Huygens. Nu werkt ze bij het archief van de Koninklijke Verzamelingen.

Dr. Frans Blom is expert op het gebied van Nederlandse en Neolatijnse literatuur van de vroegmoderne tijd. Werkend aan de Universiteit van Amsterdam bestudeert hij Amsterdam als creatieve stad in zijn Europese context, met een focus op het Grand Theatre of de Schouwburg. Naast zijn proefschrift over Constantijn Huygens (2003) heeft hij ook veel van zijn werken en dagen gewijd aan deze sleutelfiguur in de Nederlandse cultuurgeschiedenis.

Dr. Erik-Jan Bos Erik-Jan Bos (Erasmus Universteit Rotterdam) is een specialist van het leven en werk van Descartes, en het Nederlands cartesianisme. Hij is hoofdredacteur van de nieuwe Oxford U.P. uitgave van de briefwisseling van Descartes. Tijdens zijn onderzoek vond hij verschillende onbekende brieven van Descartes, en recentelijk een onbekend manuscript van Descartes’ Traité de l’homme in Leiden.

Dr. Lieke van Deinsen is als docent en onderzoeker verbonden aan de KU Leuven en als gastonderzoeker aan het KNAW NL-Lab-team. Haar onderzoek richt zich op processen van canonvorming, vrouwelijk schrijverschap en de wisselwerking tussen materiële en tekstuele cultuur in de vroegmoderne tijd. Ze is ook verantwoordelijk voor de recente canonenquête waarin Huygens en zijn werk – tot haar verdriet – dramatisch duikelden.

Prof. dr. Dirk van Delft is oud-directeur van Rijksmuseum Boerhaave en emeritus bijzonder hoogleraar ‘Erfgoed van de natuurwetenschappen’ aan de Universiteit Leiden. Hij schreef biografieën van Heike Kamerlingh Onnes, Hendrik Lorentz (met Frits Berends), Henk van de Hulst en Antoni van Leeuwenhoek. Een biografie van Martinus Veltman (Nobelprijs Natuurkunde 1999) is in voorbereiding.

Dr. Timothy De Paepe is directeur van Museum Vleeshuis | Klank van de Stad in Antwerpen. Hij studeerde Letterkunde aan de Universiteit Antwerpen en Cultuurmanagement aan de Universiteit Antwerpen Management School (UAMS). In 2011 promoveerde hij op een proefschrift over theater en opera in Antwerpen in de zeventiende en achttiende eeuw.

Dr. Ineke Huysman is als senior-onderzoeker verbonden aan het Huygens Instituut waar zij valt onder de afdeling NL-Lab. Zij is o.a. projectleider van het Huygens Brievenproject en gespecialiseerd in vroegmoderne correspondenties. Samen met leden van De Jonge Akademie en Parijse parfumeurs heeft zij onlangs in het project ‘Geheugen van Geur’ een parfumrecept van Constantijn Huygens nagemaakt, getiteld ‘Rieckend water voor mijn moeder’.

Dr. Ad Leerintveld is na zijn pensionering als conservator bij de Koninklijke Bibliotheek part time gastonderzoeker geworden bij het Huygens Instituut voor het Huygens brievenproject. Hij is literatuurhistoricus en publiceert regelmatig over Constantijn Huygens.

Dr. Miranda Lewis is the Editor of Early Modern Letters Online [EMLO], the union catalogue of early modern correspondence created by the Cultures of Knowledge project at the University of Oxford.

Dr. Dirk van Miert is directeur van het Huygens Instituut en universitair hoofddocent vroegmoderne cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij leidt daar het Europese onderzoeksproject SKILLNET, dat gaat over de vroegmoderne wereld van geleerden, die we kennen als de ‘Republiek der Letteren’.

Willemijn van Noord MA is conservator China bij het Nationaal Museum van Wereldculturen (waar Museum Volkenkunde Leiden en Tropenmuseum Amsterdam deel van uitmaken) en Wereldmuseum Rotterdam. Daarnaast werkt ze aan de afronding van haar proefschrift Materialising China: material culture and perceptions of China in the late seventeenth-century Dutch Republic aan de Universiteit van Amsterdam.

Drs. Jean-Marc van Tol studeerde historische letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Behalve tekenaar van Fokke & Sukke is hij ook de auteur van een trilogie rond Johan de Witt, waarvan het eerste deel Musch in 2018 verscheen. Hij legt nu de laatste hand aan deel twee, Buat. Bij zijn uitgeverij Catullus verscheen onlangs de bloemlezing Constantijn Huygens. Een leven in brieven (2022).

Dr. Jeroen Vandommele studeerde geschiedenis in Brussel en promoveerde in Groningen op rederijkerscultuur in de zestiende eeuw. Na enkele jaren te hebben gewerkt als docent aan de Universiteit Utrecht bij de studie Nederlandse Taal en Cultuur, werkt hij sinds 2017 als conservator van de namiddeleeuwse en moderne handschriften bij de KB.

Tijdens het congres waren te koop:

Een bloemlezing met 38 hertaalde brieven van en aan Constantijn Huygens uitgegeven ter gelegenheid van de voltooiing van het project met dezelfde titel: Constantijn Huygens. Een leven in brieven. Enkele auteurs van deze bundel gaven op 2 december een lezing.

Een geurkaars ontwikkeld ter gelegenheid van het project Geheugen van Geur, gebaseerd op Huygens’ parfum ’rieckend water van mijn moeder’, naar zijn eigen recept.

Constantijn Huygens, Béatrix de Cusance, Johannes Uyttenbogaert en Amalia von Solms.

Hongaars koninginnewater

Loderein, een verbastering van eau de la Reine, is een reukwater op alcoholbasis met rozemarijn als belangrijkste ingrediënt. Het werd vroeger veel gebruikt, zowel om te verfrissen als om te genezen. De oorsprong van de benaming is terug te voeren tot de echtgenote van koning Karel Robert I van Hongarije, Elizabeth van Polen (1305-1380), voor wie het als eerste zou zijn gemaakt om haar van haar hoofdpijn te verlossen. Het reukwater was zeer populair in de 17e eeuw. Aan het hof van Lodewijk XIV was het een favoriet product. In Nederland gebruikte men zogenaamde lodereindoosjes, die een met het geurwater besprenkeld sponsje bevatten om een aangename, verfrissende geur te verspreiden. Ook Constantijn Huygens was een liefhebber van dit water, dat hij in zijn documenten eau d’Hongrie noemt. Hij experimenteerde veel met planten en kruiden, zo maakte hij er recepten mee en creëerde hij geuren. Daarover onderhield hij contact met een netwerk van geïnteresseerde mannen én vrouwen, meestal via brieven.

Constantijn Huygens aan Henry Oldenburg, 26 januari 1677, Royal Society London, MS. H 3, no. 35.

Een brief van Huygens aan Henry Oldenburg (1618-1677), secretaris van de Royal Society, verschaft meer inzicht in Huygens’ kennis van dit specifieke geurwater. Zo beschrijft hij dat het perfecte recept behalve alcohol alleen de bloemblaadjes van de rozemarijnplant mag bevatten en beslist geen groene naalden. De bloemen moeten bij voorkeur uit de buurt van Orange in Zuid-Frankrijk afkomstig zijn, aangezien de kwaliteit van de plant daar het meest optimaal is. Toch is Huygens wel benieuwd hoe het reukwater zich zal gedragen op basis van de rozemarijn die in Engeland groeit, aangezien hij weet dat de plant daar ook welig tiert. Hij vraagt Oldenburg dan ook om hem wat bloemen op te sturen, zodat hij het kan vergelijken.

Henry Oldenburg, door Jan van Cleve, Royal Society, Wikimedia Commons.

Huygens vertelt ook dat zijn ziekelijke zuster Geertruyd, inmiddels de zeventig gepasseerd, veel baat heeft bij dit water en van het ene op het andere moment hersteld lijkt te zijn wanneer zij het heeft gedronken. Haar polsslag is dan weer subiet rustig en stabiel. Huygens voegt eraan toe dat Robert Boyle (de bekende Engelse wetenschapper, ook lid van de Royal Society) hem er wel om zal uitlachen als hij hoort dat hij zich verlaagt tot dit soort details. Maar hij wijst erop dat de geneeskrachtige werking van het water is bevestigd, enerzijds door de positieve ervaring van zijn zuster en anderzijds door zijn zoon Christiaan, die het hem heeft aangeraden. In zijn brief aan Oldenburg noemt Huygens overigens niet Moise Charas, de Franse apotheker en botanicus afkomstig uit Orange, met wie hij zich al eerder in contact had gesteld over dit reukwater en andere geneeskrachtige recepten. Oldenburg noteert weliswaar: ‘The method of making true Hungary water’ bovenaan de brief, maar het is niet bekend of hij en Huygens verder nog over dit onderwerp contact hebben gehad.

Eind achttiende eeuw raakte de geur enigszins in de vergetelheid door de opkomst van een ander beroemd water: eau de Cologne. Tegenwoordig wordt rozemarijn veel toegepast in de aromatherapie, die het een opwekkende invloed toekent en inzet tegen allerlei kwalen, waaronder hoofdpijn. Ook bestaan er nog steeds parfumhuizen zoals Fragonard en Maison Nicolas de Barry die de geur in hun assortiment hebben.

Ineke Huysman, 3 juni 2022


Dit jaar eindigt de database met de nog bestaande correspondentie van Constantijn Huygens zijn voltooiing. Ook is inmiddels de bloemlezing Constantijn Huygens. Een leven in brieven verschenen.

Constantijn Huygens, Gaspar Duarte en Henri Dumont

Op 12 november 1653 overleed Gaspar Duarte (I) in zijn woning aan de Meir in Antwerpen. De van oorsprong Portugees-joodse Duarte werd enkele dagen later begraven in zijn Antwerpse parochiekerk, de Sint-Jacobskerk, begeleid door drie koren en acht speellieden, op de tonen van een indrukwekkend requiem van Philippus van Steelant (1611-1670). In Den Haag treurde Constantijn Huygens in woord én muziek om zijn overleden vriend.

Huygens’ overgeleverde brieven zijn de getuigen van de jarenlange banden en vriendschap tussen de Haagse diplomaat enerzijds en de Antwerpse juwelenhandelaar anderzijds. In 1624, in een brief van Huygens’ moeder Susanna aan Constantijn, dook de naam Duarte (‘De Wartte’) voor het eerst op in Huygens’ correspondentie. Veertien jaar later viel Duartes naam opnieuw, dan in een brief van Giuliano Calandrini. Die laatste schreef gloedvol over de muzikale kwaliteiten van de Antwerpse familie. Vanaf 1641 waren Gaspar Duarte en vervolgens ook diens kinderen steeds vaker correspondenten van Huygens. Er werd initieel vooral over zaken gesproken, maar de brieven hadden meteen een persoonlijk en erg hartelijk karakter. Wat Constantijn Huygens bovenal verbond met de familie Duarte was een gedeelde passie voor muziek. Tot aan Huygens’ dood zou muziek centraal staan in de correspondentie tussen hemzelf en de Antwerpse familie. (Over Huygens en de muziek zie Rudolf Rasch (red.), Driehonderd brieven over muziek van, aan en rond Constantijn Huygens (2007) en Ineke Huysman & Ad Leerintveld (red.), Constantijn Huygens: een leven in brieven (2022).)

Toen Huygens in 1648 een nieuw klavecimbel wilde kopen, was het Gaspar Duarte die hem hielp. Antwerpen had immers de reputatie verworven de hoofdstad van de klavecimbelbouw te zijn, en Duarte kende de belangrijkste bouwers persoonlijk. Hij bemiddelde dan ook graag bij Huygens’ bestelling bij de befaamde klavecimbelbouwer Joannes Couchet (1615-1655).

Lucas Vorsterman (I), Portret van Gaspar Duarte (1584-1653). Deze gravure werd na het overlijden van Duarte gemaakt als herinnering en eerbetoon. In 1657 schreef Huygens een gedicht bij het portret, ‘In effigiem C. Duarti’. (Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Antwerpen).

Net als Huygens en zijn kinderen waren ook Gaspar Duarte en diens kinderen zeer getalenteerde musici. Regelmatig gaf het gezin huisconcerten die werden bijgewoond door internationale gasten. Constantijn zou meermaals in het stadspaleis van de Duartes verblijven. Én hij maakte er kennis met Béatrix de Cusance, die een zeer goede vriendin van Huygens zou worden. Ook Béatrix de Cusance koesterde een grote liefde voor de muziek.

Bij het overlijden van Gaspar Duarte rouwde Huygens. ‘[Un Orage] vient de tomber sur ce beau Mont Parnasse à Anvers’, noteerde hij in een van zijn brieven. In een grafdicht vergeleek Huygens Duarte met Amphion, een van de grote musici uit de Griekse mythologie. Het bleef echter niet bij woorden: Huygens zou ook muziek componeren ter nagedachtenis van zijn overleden vriend, de ‘tombeaux et funérailles de Monsieur Duarte’ (brief 5338), zowel voor luit als klavecimbel. Hij riep ook anderen op om muziek te schrijven, zoals de Franse componist Joseph Chabanceau de La Barre (1633-1678) (brief 5333).

In het voorjaar van 1655 stuurt Huygens ‘de stukken die opgedragen waren aan de nagedachtenis van de heer Duarte’ op naar Duartes kinderen (brief 5399, vertaling Rudolf Rasch). Hij voegde daar een klaaglijke pavane bij van de Franse componist Henri Dumont (ca.1610-1684). Huygens’ zoon Christiaan had Dumont eerder datzelfde jaar in Parijs ontmoet, en in de daaropvolgende 20 jaren zouden Constantijn Huygens en Dumont elkaar met enige regelmaat schrijven, al zijn Dumonts brieven helaas verloren gegaan.

Huygens liet achteraf aan Dumont weten dat de familie Duarte diens pavane erg goed had ontvangen. Ongetwijfeld heeft Gaspars dochter Francisca, die bekend stond om haar kwaliteiten als klaveciniste, het werk onmiddellijk op de lessenaar genomen van een van de vele klavecimbels en virginalen die de familie in huis had.

‘Pavanne de Monsr. Dumont’, Bauyn-handschrift (Bibliothèque Nationale, Rés. Vm7 674-675).

Musicoloog Rudolf Rasch stelt dat de pavane die Huygens aan de Duartes zond ‘zeer waarschijnlijk de pavane [is] die te vinden is in het zogenaamde “Handschrift Bauyn”’. Ter gelegenheid van het verschijnen van Constantijn Huygens: een leven in brieven lieten we bij Museum Vleeshuis Dumonts pavane opnemen door klavecinist Korneel Bernolet. Bernolet is docent aan het Koninklijk Conservatorium en geeft zeer regelmatig les in het museum op een van de historische Antwerpse klavecimbels. Voor de opname koos hij echter geen Antwerps klavecimbel, maar (een kopie van) een 17de-eeuws Italiaans instrument, met een heel eigen klankkleur.

Van 26 maart tot en met 26 juni 2022 loopt in het Snijders&Rockoxhuis en Museum Vleeshuis de tentoonstelling Klavier: virginalen, klavecimbels en orgels verbeeld in de 16de en de 17de eeuw. De tentoonstelling werd geïnspireerd door de familie Duarte en hun activiteiten als musici en kunstverzamelaars. Meer info op www.museumvleeshuis.be en www.snijdersrockoxhuis.be.

Timothy De Paepe, 20 maart 2022

Museum Vleeshuis, Antwerpen

Timothy De Paepe schreef in de bundel Constantijn Huygens: een leven in brieven een bijdrage over een brief van Joannes Couchet aan Constantijn Huygens over het klavecimbel dat hij speciaal voor hem had gebouwd. In Huygens’ Hofwijck bevindt zich een replica van een zeventiende-eeuws Rückers klavecimbel, gebouwd door Titus Crijnen, als bruikleen ter beschikking gesteld door Masato Suzuki.

Maurits Huygens, ‘de broer van’

Maurits Huygens (1595-1642) is de net iets oudere broer van Constantijn, ze schelen niet veel meer dan anderhalf jaar. Ze zijn niet alleen broers, maar ook vrienden voor het leven. Die innige band dateert uit hun jeugd waarin ze veel op elkaar aangewezen zijn. De broertjes Huygens gaan niet naar school, maar hun vader Christiaan (1551-1624) stelt gouverneurs aan om ze thuis te onderwijzen. Ze krijgen een brede opvoeding waarbij ze niet alleen lessen volgen in rekenen, Frans, Latijn en Grieks, maar ook praktische lessen als paardrijden, schermen, tekenen en boetseren, en natuurlijk muziek- en dansles. Maurits en Constantijn gaan beiden rechten studeren in Leiden, maar daarna scheiden hun wegen: Constantijn gaat in eerste instantie de diplomatie in en Maurits zal in 1624 zijn vader Christiaan opvolgen als secretaris bij de Raad van State.

Huwelijkspartners

In mei 1633 zal Maurits met Petronella Campe (?-1669) trouwen, met wie hij vijf kinderen krijgt. Hoe anders had het allemaal kunnen lopen als moeder Susanna Hoefnagel (1561-1633) in 1622 haar zin had gekregen. Zij probeert in dat jaar haar achternichtje Suzanna van Baerle (1599-1637) aan haar zoon Maurits te koppelen. Terwijl Constantijn op gezantschapsreis in Engeland verblijft, houden zijn zussen Geertruid (1599-1680) en Constantia (1602-1667) hem daar op de hoogte van Maurits’ vorderingen bij het ‘Apie’, zoals ze Suzanna in hun brieven noemen. Suzanna wijst Maurits echter af omdat ze aan een huwelijk nog niet toe is. Hierop dicht Constantijn plagerig een tekst op de melodie van een bestaand lied, Susanne un jour: als zij zo doorgaat, zal ze net als de Bijbelse Suzanna alleen nog maar oude mannen kunnen krijgen. Het duurt overigens nog tot 6 april 1627 tot het Constantijn zelf lukt om Suzanna van Baerle, zijn ‘Sterre’, te trouwen.

Correspondentie

Brief van Maurits Huygens aan Constantijn Huygens, 20 mei 1622, BHIC, collectie Cuypers 2241, 76; http://resources.huygens.knaw.nl/briefwisselingconstantijnhuygens/brief/nr/151

Van de correspondentie tussen Maurits en Constantijn zijn maar 29 brieven bewaard gebleven: negen brieven van Constantijn aan Maurits, en twintig brieven van Maurits aan Constantijn. Ze dateren allemaal uit de periode 1617-1625, wat erop wijst dat er veel van hun correspondentie verloren is gegaan, hoewel ze elkaar ook vaak gesproken zullen hebben, en er dus geen noodzaak tot schrijven was. 13 brieven van Maurits worden bewaard in het Brabants Historisch Informatiecentrum in de Collectie-Cuypers (inv. nr. 2241). J.A. Worp, editeur van de oude Huygens-brieven editie, geeft in zijn annotatie aan dat deze brieven vermoedelijk verloren zijn gegaan. Hij heeft wel zeven transcripties kunnen overnemen uit De Militaire Spectator, 2e serie IV, 1852. Van het bestaan van de overige zes brieven was Worp zich niet bewust, en deze zijn nu als nieuwe brieven aan de database toegevoegd. Die brieven van Maurits aan Constantijn zijn heel onderhoudend: hij houdt Constantijn, die dan in Engeland verblijft, niet alleen op de hoogte over de actuele politieke en militaire gebeurtenissen zoals het beleg van Bergen op Zoom, maar hij vertelt ook over allerlei alledaagse zaken, zoals de logeerpartij van Suzanna van Baerle en haar zusjes bij de familie Huygens in Den Haag. De dertien ‘Brabantse’ brieven van Maurits aan Constantijn zijn in de brievendatabase gekoppeld aan een transcriptie die M. de Haas in 1929 publiceerde in de BMHG (50) 1929.

Van Constantijn aan Maurits zijn slechts acht brieven (in conceptvorm) bewaard gebleven. Er moeten er beslist meer zijn geweest, wat ook valt af te leiden uit de brieven van Maurits zelf. Zo feliciteert hij zijn broer Constantijn met de ridderorde die deze laatste op 27 oktober 1622 uit handen van de Schots-Engelse koning Jacobus I ontving op voorspraak van François van Aerssen.

Wapen en motto van Constantijn Huygens van zijn Engelse ridderorde in het album amicorum van Cornelis de Glarges, KB | nationale bibliotheek, 75J 48, 80.
Lees verder “Maurits Huygens, ‘de broer van’”

Twee merries voor Constantijn Huygens

Op 16 januari 1640 schrijft de Friese stadhouder Hendrik Casimir van Nassau-Dietz aan Constantijn Huygens dat hij nog even geduld moet hebben met de komst van twee zwarte merries die hij voor hem heeft uitgezocht. Ze zijn bij hem in Leeuwarden aangekomen, maar hij wil ze nog een beetje bijvoeren en laten aansterken.

Hendrik Casimir van Nassau-Dietz aan Constantijn Huygens, 6/16 januari 1640, Koninklijke Verzamelingen Den Haag.

Hendrik Casimir is behalve een kundig krijgsheer net als zijn jongere broer Willem Frederik een groot paardenliefhebber. Vandaar dat Constantijn Huygens de Friese stadhouder in het najaar van 1639 om zijn expertise en bemiddeling vraagt bij de aanschaf van twee merries voor zijn nieuwe koetsje dat ieder moment afgeleverd kan worden.

Hendrik Casimir van Nassau-Dietz, ca. 1632, Wijbrant de Geest, Rijksmuseum.

Twee weken later antwoordt Constantijn dat hij de paarden nog niet verwacht, behalve wanneer ze op Hollandse schaatsen komen, want alles is flink dichtgevroren. Niettemin hebben de astrologen hem beloofd dat de winter op zijn retour is, en hij ziet uit naar hun komst.

Op 6 februari is het zover, de paarden zijn in Den Haag aangekomen, weliswaar toch schaatsend over slechte wegen, aldus Constantijn. Hij vindt ze goed gevormd en hij verwacht dat meer oefening ze nog verder zal verfraaien, ‘zoals dat gaat bij dames’. Huygens wil natuurlijk betalen voor de paarden, zo schrijft hij, maar Hendriks koetsier heeft daar niets over gezegd. Dat is beslist niet nodig, antwoordt Hendrik Casimir, Huygens’ diensten en toegewijdheid staan in geen verhouding tot die kleine gift van de twee paarden. Hierop dankt Constantijn hem nogmaals en hij geeft toe dat hij nu niets anders kan dan doen dan zwijgen en gehoorzamen.

Zoals gebruikelijk in deze tijd draait alles om dienst en wederdienst. Als secretaris van stadhouder Frederik Hendrik is Constantijn een invloedrijk man. Zelfs voor iemand in een hoge positie als die van Hendrik Casimir kan het geen kwaad om dat af en toe te bevestigen met een gunst of een gift. Nog geen half jaar later komt abrupt een einde aan de vriendschappelijke betrekkingen tussen Constantijn en Hendrik Casimir. Hij overlijdt op 12 juli 1640 aan de verwondingen opgelopen bij de Slag bij Hulst.

Een vergelijkbare relatie zal Huygens daarna opbouwen met Hendrik Casimirs broer en opvolger Willem Frederik. In de bundel Constantijn Huygens. Een Leven in brieven wordt aan deze laatstgenoemde vriendschap uitgebreid aandacht besteed.

Ineke Huysman, 16 januari 2022

Constantijn Huygens, Een leven in brieven

V.l.n.r. Constantijn Huygens, Béatrix de Cusance, Johannes Uytenbogaert en Amalia von Solms

Ter gelegenheid van de voltooiing van de digitale editie van de briefwisseling van Constantijn Huygens verscheen op 2 april 2022 een rijk geïllustreerd boek verschenen met een selectie van achtendertig brieven van en aan Constantijn Huygens. Elke brief is door een deskundige vertaald in hedendaags Nederlands en van een inleiding voorzien.

Huygens’ veelzijdigheid komt in de bloemlezing goed tot zijn recht: we zien hem onder meer actief als kunstkenner, musicus, architect, dichter, diplomaat, vriend en familieman.

Een voorproefje uit de bundel:

Constantijn Huygens had een wel heel intieme vriendschap met de hertogin van Lotharingen, Béatrix de Cusance, die levensgroot werd geportretteerd door Anton van Dijck. Haar uitvoerige correspondentie met Huygens handelt over van alles en nog wat, maar vooral over muziek. Eén brief daaruit is geselecteerd voor de bundel. In haar hanenpoten-achtige handschrift verklaart ze Constantijn haar liefde tot de dood voor de muziek. En ze stuurt hem een gouden stemsleutel waarmee ze hem tot ridder van haar Orde van de Klavecimbelhamer benoemt.

Kijk hier voor de brochure met meer informatie over het boek. Ook is er een inkijkexemplaar beschikbaar.

De Universiteitsbibliotheek Leiden besteedt in deze video onder andere aandacht aandacht aan de correspondentie van Constantijn Huygens die daar wordt bewaard.

Op 2 december 2022 vond een congres plaats geheel gewijd aan Huygens’ briefwisseling. Een terugblik.