Een scherpe neus

De vijf zintuigen (Quinque sensus hominum) door Cornelis Galle, naar een prent van Johann Liss, ca. 1610 – ca. 1678, Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1902-A-22485.

De vele activiteiten die Constantijn Huygens (1596-1687) er op na hield, zouden we nu als nevenwerkzaamheden of hobby’s omschrijven. Naast zijn professionele taken als diplomaat en secretaris van prinsen van Oranje Frederik Hendrik en Willem II, was Huygens bepaald niet onverdienstelijk als architect, musicus, componist, geleerde en polyglot. Echt beroemd werd hij om zijn dichtkunst, zijn poëzie wordt nog altijd in diverse talen uitgegeven en gelezen.[1] Maar of dit nog niet genoeg was, hield Huygens zich ook bezig met geur: hij was een enthousiast amateur-parfumeur.[2] Zo zijn er van zijn hand meer dan 150 parfum-recepten bewaard gebleven, waar momenteel onderzoek naar wordt gedaan door het Jonge Akademie project Geheugen van Geur.[3] Van de vijf klassieke zintuigen kon de reukzin op  zijn bovengemiddelde interesse rekenen. In zijn uitgebreide correspondentie bevinden zich dan ook meerdere brieven waarin geur een belangrijke component vormt.[4]

Portret van Caspar Barlaeus door Joachim von Sandrart, 1637-1643, Rijksmuseum Amsterdam, RP-T-1885-A-480.

Huygens’ veelzijdigheid ontging ook zijn tijdgenoten niet. In december 1639 schrijft zijn vriend Caspar Barlæus hem een brief in het Latijn. Hierin prijst hij Huygens om zijn ‘verheven voorkeuren’. Zo beschrijft hij Huygens’ reukzin door te zeggen dat hij zijn neus ‘niets anders voorhoudt dan balletjes van verzen die smakelijk zijn door geurstoffen en besprenkeld met sesam’. Als Huygens twee jaar later gebukt gaat onder problemen met zijn gehoor, troost Barlæus Huygens door hem eraan te herinneren dat hij nog altijd een scherpe neus heeft.

Met diverse correspondenten wisselt Huygens recepten uit. Zoals met Eleonore de Volvire, markiezin van Ruffec. In 1645 ontvangt hij van haar een recept om amberwater te maken. Op de achterzijde voegt zij toe dat het recept geheim moet blijven. Op haar beurt heeft ze het recept weer gekregen van François de Bassompiere, maarschalk in dienst van het Franse hof. Het geparfumeerde water moet goed afgesloten worden bewaard, zodat er geen lucht bij kan komen. Liefst met Spaanse was, aldus het recept.[5] Dat taal geen beletsel vormde in de correspondentie, blijkt uit Huygens brief in het Engels, aan Henry Oldenburg, eind januari 1677. Hij stuurt de befaamde secretaris van de Royal Society in Londen een recept voor ‘true Hungary water’, rozemarijnwater, vernoemd naar een Hongaarse koningin die het in de 14e eeuw voor het eerst gebruikt zou hebben. Het resultaat zou beter zijn als men de bloemen van de rozemarijn gebruikt in plaats van de naalden. Zie ook het blog hierover van Ineke Huysman: Hongaars koninginnewater.

Portret van Andreas Colvius door Salomon Savery, naar een schilderij van Albert Cuyp, 1646-1665, Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1898-A-20715.

Het vinden van de juiste ingrediënten was essentieel voor het creëren van geuren en veel van de correspondentie was op deze zoektocht gericht. Huygens stuurt zijn vriend, de predikant en natuurkundige Andreas Colvius meerdere keren het kostbare ambergris toe, getuige de bedankbrieven die Huygens in 1649 van hem ontvangt. De twee corresponderen vaker over bestanddelen, zoals ook blijkt uit een brief van Huygens aan Colvius uit 1653, waarin hij hem op verzoek een monster van Ben’s olie toestuurt, verkregen uit de hars van de tropische boom Styrax benzoin, en enkele stukken Beaume en Roche. Over die laatste maken  parfumeurs veel ophef, aldus Huygens. Omdat de substantie in noten met een zeer harde schil zit, die door de plakkerigheid moeilijk los te krijgen is, stuurt Huygens stukken met schil en al. De toepassing betreft niet alleen een aromatische. De Fransen bereiden beaume en roche ook in een cassoulet, een aardewerken pot, die lang op het vuur kan staan. Verder kan Huygens melden dat zodra je een stuk in je mond stopt, het zacht wordt en een aangename geur aan de adem geeft. Zie ook het blog hierover van Ad Leerintveld: Geurende geschenken en meer.

Het lukt niet elke correspondent om de hand te leggen op de juiste grondstoffen. Fréderic Rivet, secretaris van Amalia van Solms, rapporteert vanuit Londen dat hij meermalen de Thames is overgestoken om geurstoffen bij een scheikundige te bemachtigen. Tevergeefs: hij treft de niet bij naam genoemde persoon steeds niet thuis aan.

Dubbelportret van Johan Brosterhuisen (links) en Jacob van der Burg (rechts) door David Bailly, 1624, Teylers Museum Haarlem

Ook met zijn boezemvriend, de schrijver, vertaler en botanist Johan Brosterhuisen correspondeerde Huygens over geur. De briefwisseling tussen de twee heeft vooral een technisch karakter. Zo behandelt Brosterhuisen in een brief uit 1629 het werk van de Engelse filosoof en wetenschapsbeoefenaar Francis Bacon, die schrijft over de verschillende manieren waarop geur zich in een ruimte verspreidt. De vrienden theoretiseren over hoe dat (technisch) kan. Een jaar later moet Brosterhuisen bekennen dat hij geen ‘taartpannetje’ in zijn fornuis heeft: hij gebruikt zijn fornuis alleen om te distilleren. Dat is hem heel goed gelukt, zelfs om olie te extraheren.

Portret van Moyse Charas door L’Anglais(?), datum onbekend, Wellcome Collection Londen.

Dat ook het geneeskundige aspect van geurstoffen Huygens interesseerde blijkt uit zijn briefwisseling met Moïse Charas, apotheker in Orange. Later maakte hij ook deel uit van de magistraat van Orange. Vanaf 1659 vestigde hij zich als apotheker van ‘Monsieur’ (de broer van Lodewijk XIV) in Parijs, waar hij vanaf 1671 ook docent in de chemie was aan de Jardin des Plantes. Daarna bracht hij enige tijd door aan het hof van de Engelse koning Karel II. [6] In 1666 meldt Huygens Charas dat hij heeft gehoord dat sommigen bij de vervaardiging van essence de Corail menselijk bloed als oplosmiddel gebruiken, waarschijnlijk om de kenmerkende rode kleur van (bloed-)koraal te verkrijgen. Huygens betoont zich geen aanhanger van deze methode.[7]

Portret van Louise Marie Gonzaga de Nevers, Koningin van Polen, door Justus van Egmont, 1646, Wikimedia Commons.

Geur als metafoor was nooit ver uit Huygens’ gedachten. Zelfs als een brief niet rechtstreeks betrekking had op de reukzin. Nadat de Poolse koningin Marie-Louise van Gonzaga Nevers begin januari 1648 de Republiek heeft aangedaan, stuurt hij haar een brief vergezeld van een van zijn eigen composities. Complimenteus schrijft Huygens haar dat haar doortocht alleen al de lucht van deze provincies welriekend heeft gemaakt.[8] Dat is een opvallende woordkeuze voor een brief die niet een geurwerk als bijlage heeft, maar een muziekstuk. 

De correspondentie van Constantijn Huygens onthult een fascinerend, maar tot nu toe onderbelicht aspect van zijn intellectuele leven: zijn diepe interesse in geur. Naast zijn uitgebreide kennis van andere disciplines experimenteerde Huygens ook met het creëren van parfums, wat blijkt uit de vele recepten die hij ontwikkelde. Hoewel zijn brieven vaak verwijzen naar deze geurige experimenten en de zoektocht naar zeldzame ingrediënten, is er tot op heden weinig onderzoek gedaan naar deze kant van zijn werk. Dankzij recente projecten zoals Geheugen van Geur waar een van Huygens’ recepten is gereconstrueerd, begint deze bijzondere dimensie van Huygens’ nalatenschap echter eindelijk de aandacht te krijgen die het verdient.

Hanna de Lange, Geheugen van Geur, 13 augustus 2024


[1] Een voorbeeld van een recente, in het Engels vertaalde, uitgave is A Selection of the Poems of Sir Constantijn Huygens (1596-1687), onder redactie van Adriaan van der Weel en Peter Davidson (Amsterdam University Press, 2015).

[2] Zie ook: Ineke Huysman, Constantijn Huygens as Amateur Parfumer”, in Ariane van Suchtelen et Lizzy Marx (eds.), Fleeting – Scents in Colour: Scent and smell in Dutch and Flemish 17th century art (Den Haag, Zwolle 2021) 109–114.

[3] Verzameling musica, medica, etc. bijeengebracht door Constantijn Huygens, 1616-1684, Koninklijke Bibliotheek, Den Haag, KA 47.

[4] Zie ook de uitgebreide bloemlezing onder redactie van Ineke Huysman en Ad Leerintveld, Constantijn Huygens. Een leven in brieven (Soest 2022).

[5] Verzameling musica, medica, etc. bijeengebracht door Constantijn Huygens, 1616-1684, Koninklijke Bibliotheek, Den Haag, KA 47, folio 461r.

[6] Beroemdheid verwierf Charas door de publicatie van zijn medische werk Pharmacopée royale, galénique et chymique in 1676. Het werd meermalen herdrukt en in vele talen vertaald, onder andere in het Chinees.

[7] Huygens schrijft ‘les disciples de Helmont’, doelend op volgelingen van Jan Baptist van Helmont, alchemist en chemicus die volgens veel tijdgenoten omstreden ideeën had.

[8] ‘Le seul passage de Votre Majesté a tellement parfumé l’air de ces provinces’.

Een gedachte over “Een scherpe neus

Reacties zijn gesloten.