De komeet van 1665

Op 15 april 1665 schreef de jezuïet Jean Bertet vanuit Lyon een brief aan Constantijn Huygens in Orange. Het was al dagen helder weer en Bertet maakte daar gebruik van om astronomische waarnemingen te doen. Vooral een nieuwe komeet hield hem bezig. Deze komeet wordt tegenwoordig aangeduid als C/1665 F1 en wordt vanwege zijn helderheid gerekend tot de grote kometen van de zeventiende eeuw.

De komeet was vanaf 27 maart zichtbaar en werd in april op verschillende plaatsen in Europa gevolgd. Ook de bekende astronoom Johannes Hevelius observeerde hem vanuit Danzig. Van de komeet maakte hij tussen 6 en 20 april nauwkeurige waarnemingen. Op 6 april zag hij hem in het sterrenbeeld Pegasus, met een staart van ongeveer 17 graden. Ook de jonge Isaac Newton zag de komeet en tekende op 5 april 1665 de positie ervan aan in een van zijn notitieboeken. Op 24 april kwam de komeet het dichtst bij de zon. Kort daarna verdween hij vanaf het noordelijk halfrond uit het zicht.

Brief van Jean Bertet aan Constantijn Huygens, 15 april 1665, Universiteitsbibliotheek Leiden, Cod. Hug. 45 (Bertet) 2.

Jean Bertet zelf was meer dan een toevallige waarnemer. Hij werd in 1622 in Tarascon geboren, trad op jonge leeftijd toe tot de jezuïeten en doceerde later filosofie en wiskunde in Grenoble en Aix-en-Provence. In 1671 werd hij docent aan het jezuïetencollege in Parijs. Hij maakte deel uit van een Europees netwerk waarin geleerden waarnemingen, boeken en ideeën met elkaar uitwisselden.

Bertet volgde de komeet al enige tijd, zo schreef hij Constantijn. Op 12 april dacht hij even dat hij iets over de afstand van de komeet tot de aarde kon bepalen, maar later kwam hij daarop terug. Hij noteerde eveneens dat de komeet bij zonsopgang nog maar 18 graden boven de horizon stond. Bertet probeerde uit de beweging van de komeet ook iets af te leiden over de plaats van de aarde in het heelal. Volgens hem ondersteunden zijn waarnemingen het idee van Copernicus dat de aarde om de zon draait.

Christiaan Huygens

De brief gaat ook over Christiaan Huygens. Bertet noemt hem tegenover zijn vader ‘vostre illustre Archimède’, ‘uw beroemde Archimedes’. Christiaan had toen al naam gemaakt met zijn onderzoek naar Saturnus, de ontdekking van de maan Titan en met zijn slingeruurwerk.

Christiaan Huygens door Caspar Netscher, 1671.

Ook Christiaan volgde de nieuwe komeet. In zijn eigen aantekeningen staan waarnemingen van 11, 12, 13, 14 en 17 april 1665. Hij bepaalde waar de komeet aan de hemel stond en keek naar de lengte en richting van de staart. Op 16 april stuurde hij de Franse astronoom Adrien Auzout zijn waarnemingen van de nieuwe komeet die hij tot dan toe had verzameld.

Bertet en Christiaan keken dus in dezelfde periode op verschillende plaatsen naar hetzelfde verschijnsel. De verbinding tussen hen liep in eerste instantie via vader Constantijn. Constantijn was kort daarvoor zelf in Lyon geweest. Hij was onderweg van Parijs naar Orange, waar hij namens de Oranjes de teruggave van het prinsdom aan Willem III moest begeleiden. Op 6 april kwam hij in Lyon aan. Daar bleef hij enkele dagen en ontmoette hij verschillende geleerde jezuïeten. Henri-Louis Habert de Montmor, een Parijse geleerde die een belangrijke wetenschappelijke kring om zich heen had, schreef Bertet al op 24 maart dat Constantijn eraan kwam en vroeg hem goed voor zijn gast te zorgen. In die aanbevelingsbrief roemde hij ook uitgebreid Constantijns beroemde zoon Christiaan.

Op 9 april kreeg Constantijn in Lyon van Bertet een brief met astronomische waarnemingen, bestemd voor Christiaan. De eerste daarvan dateren van 2 april. Bertet noteerde van dag tot dag waar de komeet aan de hemel stond. Constantijn stuurde deze gegevens daarna door aan zijn zoon.

Astronomische waarnemingen van Jean Bertet uit april 1665, bestemd voor Christiaan Huygens.

Christiaan had zich overigens enkele maanden eerder al uitvoerig beziggehouden met een andere grote komeet die vanaf december 1664 zichtbaar was, nu bekend als C/1664 W1. In juni 1665 schreef hij rechtstreeks aan Bertet dat hij diens waarnemingen had vergeleken met zijn eigen observaties. Zijn conclusie was dat de baan van deze komeet veel moeilijker te verklaren was dan die van de vorige. De waarnemingen pasten minder goed bij het idee van een rechte baan. Bertet was in april nog uitgegaan van de hypothese dat de nieuwe komeet zich in een rechte lijn bewoog.

Orion en Saturnus

In Bertets brief aan Constantijn Huygens komt nog een ander astronomisch onderwerp ter sprake. Hij vertelt dat de jezuïet en natuuronderzoeker Honoré Fabri veranderingen meende te zien bij de kleine sterren in het zwaard van het sterrenbeeld Orion. Juist dat gebied had Christiaan beschreven in zijn Systema Saturnium uit 1659. Daarin gaf hij ook een afbeelding van wat wij nu de Orionnevel noemen.

De Orionnevel, afgebeeld door Christiaan Huygens in Systema Saturnium (1659).

Fabri kende Christiaans werk goed. Hij had zich eerder in de discussie over Saturnus tegen Huygens gekeerd. Fabri betwijfelde Huygens’ verklaring dat Saturnus door een ring werd omgeven. Eind 1664 meldde de jezuïet en astronoom Gilles-François de Gottignies vanuit Rome dat Fabri inmiddels door zijn eigen waarnemingen overtuigd was geraakt en Christiaan alsnog gelijk gaf. Als Bertet aan Constantijn schrijft dat Fabri nu ‘bekeerd’ is, doelt hij dus op diens veranderde standpunt over Saturnus.

Bertets brief aan Constantijn Huygens laat goed zien hoe astronomische kennis in de zeventiende eeuw circuleerde. Dezelfde komeet werd op verschillende plaatsen waargenomen, metingen werden per brief uitgewisseld en vervolgens met elkaar vergeleken. Bertets gegevens gingen via Constantijn naar Christiaan, die ze naast zijn eigen waarnemingen legde en later weer rechtstreeks aan Bertet schreef.


Christiaans belangstelling voor de hemel bleef zijn hele leven bestaan. Aan het einde van zijn leven schreef hij Cosmotheoros, waarin hij nadacht over andere werelden en de mogelijkheid van leven op andere planeten. Het boek verscheen na zijn dood. In 2024 verscheen bij Boom Cosmotheoros. Christiaan Huygens over buitenaards leven, hertaald, geannoteerd en ingeleid door Daphne Stam, theoretisch natuurkundige en gespecialiseerd in onderzoek naar planeten en hun atmosferen.

Op zaterdag 31 oktober 2026 spreekt Daphne Stam over Christiaan Huygens tijdens het symposium Haagse Vrijdenkers in de Nieuwe Kerk in Den Haag. Daar staan drie zeventiende-eeuwse denkers centraal die nauw met Den Haag verbonden waren: wetenschapper Christiaan Huygens, filosoof Benedictus de Spinoza en politicus Johan de Witt. Yoram Stein spreekt over Spinoza en Jean-Marc van Tol over De Witt. ’s Middags wordt de verbinding gelegd met de vraag wat vrijdenken tegenwoordig betekent. Het programma loopt van 10.00 tot 15.00 uur.

Meer informatie en kaarten voor Haagse Vrijdenkers, 31 oktober 2026